De Nieuwe Toneelbibliotheek

Boekjeslijst
login | registreren?
toon laatste nieuws
Archief / juni / 2017

Zomerstop DNTB

Zoals elk jaar houden we een zomerstop. Dan worden er even geen boekjes meer gemaakt maar gelezen. We hadden weer een vol jaar met veel mooie boekjes  waaronder zelfs 5 nieuwe vertalingen uit het Noors met daarbij een hele dikke secundaire bundel over toneelschrijven in Nederland en Noorwegen. Mails zullen dus komende weken trager worden beantwoord (best via: info@denieuwetoneelbibliotheek.nl). Vanaf half augustus gaan we weer aan het werk en worden we weer actief. Bestellingen e.d. kunnen natuurlijk wel gewoon doorgaan! Een goede zomer en tot daarna!

Volkskrant van 2 juni 2017: Vincent Kouters over de vijf Noorse teksten

Deze week verschijnen vijf nieuwe toneelvertalingen van Noorse schrijvers. Zijn dat niet van die stukken waarin iedereen à la Ibsen depressief op de bank zit? Plus vier andere vooroordelen om te kraken.

Door: Vincent Kouters 2 juni 2017

 

Een man en een vrouw zitten zwijgend op de bank. Door het raam lonkt de afgrond van een fjord. De stilte in de huiskamer is verpletterend. Dat zwijgen! Scandinavisch toneel en zeker dat uit Noorwegen staat niet bekend om zijn gezelligheid. Scandinaviërs schrijven psychologisch, realistisch, introvert drama. Athans, naar ons idee.

Clichés zijn er om doorbroken te worden. Het heuglijke nieuws is: er is sprake van een nieuwe golf Noorse toneelschrijvers. En die breken nadrukkelijk met alle gemeenplaatsen. Vorige week verschenen tegelijkertijd maar liefst vijf Nederlandse vertalingen van recente Noorse toneelstukken. Een project van vertaler Maaike van Rijn, uitgegeven in De Nieuwe Toneelbibliotheek. Kortom, de perfecte aanleiding om de vijf grootste vooroordelen over Noors toneel eens op een rijtje te zetten. En te ontkrachten.

1. Al het moderne Noorse toneel is een slap aftreksel van wat Ibsen honderd jaar geleden al deed

Noorwegen is een toneelland. Dat komt door Henrik Ibsen (1828-1906), met Shakespeare en Tsjechov een van de grote drie. Zijn Hedda Gabler (1891) wordt hier nog bijna jaarlijks opgevoerd. Toneelgroep Amsterdam speelt nu Ibsen Huis, een mash-up van zijn werk.

Ibsen was een revolutionair. Hij is de uitvinder van het sociaal-realistische toneel zoals we dat nu kennen. Hij bracht onbespreekbare thema's ter sprake: emancipatie, ziekte, incest. Om daarover te kunnen schrijven brak hij, als allereerste, met het schrijven van toneel in versvorm. Ook nieuw: alle handelingen liet hij zich afspelen in een en dezelfde bourgeois huiskamer. Ibsen is al die jaren het Scandinavische toneel blijven domineren en was zodanig verantwoordelijk voor de meeste van deze vooroordelen.

 

Lang leek het voor jongere toneelschrijvers onmogelijk om zich te bevrijden uit zijn slagschaduw. Lars Norén (1944) lukte het als enige Zweed, met moderne familietragedies als Demonen en Een soort Hades. Jon Fosse (1959) was de eerste Noor die het begin deze eeuw deed. Fosses duistere, introverte toneel maakte van hem een wereldster en zorgde voor nieuw elan in het Noorse theater. En dat leidde tot de golf toneel die nu in Nederland aanspoelt. De vers vertaalde teksten van Jesper Halle, Tale Næss, Fredrik Brattberg, Maria Tryti Vennerød en Kristofer Blindheim Grønskag, allemaal geschreven na 2004, tonen de levendigheid, inventiviteit en, jawel, zelfs de humor van de moderne Noorse toneelkunst. En laten Ibsen eindelijk achter zich.

 

2. Alle Noorse toneelteksten gaan over 'hij en zij op de bank'

Ferske Norske

Vijf vertalingen, een boek met secundaire literatuur en een festival waarop alles gepresenteerd werd. Vertaler Maaike van Rijn is initiator en motor achter het project dat ze Ferske Norske heeft genoemd. Toen Van Rijn merkte dat Scandinavisch drama het uitstekend doet in de ons omringende landen besloot ze in samenwerking met schrijversfabriek Dramatikkens hus in Oslo vijf sleutelteksten te laten vertalen. Deze zijn nu te koop via de website van De Nieuwe Toneelbibliotheek.

In 2005 klapte de directeur van het grote stadsgezelschap Den Nationale Scene in het Noorse Bergen uit de school. Deze Morten Borgersen had in de lokale krant geen goed woord over voor de 'zogenaamd nieuwe' Noorse theaterteksten die hij onder ogen kreeg. 'Alles lijkt op elkaar', zei hij. 'Ze zitten vast in het burgerlijke van Ibsen of ze zijn jaloers op Fosses stijl.' En: 'Alles wat ik van Noorse toneelschrijvers lees, gaat over hij en zij op de bank.' Oftewel: iedereen schrijft over families die een toneelstuk lang zitten te mokken op de bank. Saai.

Of het door deze noodkreet kwam zullen we wel nooit weten, maar niet lang erna begonnen opeens toneelteksten te verschijnen waarin helemaal niemand meer op de bank zat. Toneelschrijver Fredrik Brattberg pakte het anders aan. In zijn nu door Eline Jongsma vertaalde zwarte komedie De terugkomsten persifleert hij dat typisch Noorse, humorloze bankzittersdrama. Zijn stuk begint vertrouwd: we kijken naar een echtpaar dat in de keuken zit te wachten op de terugkeer van hun vermiste zoon. Je verwacht weer een uur lang kijken in een afgrond. Maar dan komt de zoon ook echt terug. Om vervolgens weer te verdwijnen. En weer terug te komen. Enzovoorts. De terugkomsten is een on-Noors komisch en absurdistisch stuk over twee ouders die maar niet van hun zoon afkomen.


3. Het Ikea-realisme: elk Scandinavisch drama speelt zich af in dezelfde moderne huiskamer

Sinds Henrik Ibsen het revolutionaire idee had om toneelpersonages in een huiskamer te zetten, zijn de Noren ruim honderd jaar lang die toneelhuiskamer niet meer uitgekomen. De riante sofa's waarop Ibsens Hedda en Nora ooit zaten, zijn geleidelijk geüpdatet naar de moderne Klippans die we nu op het toneel zien. De vier muren waarbinnen elk Scandinavisch drama zich afspeelt dicteren een realistische speelstijl. Als het niet in een huiskamer is, dan wel in een keuken of slaapkamer. Het leeuwendeel van het Scandinavische toneel zou probleemloos in een Ikea-zaak opgevoerd kunnen worden.

Het monotone Ikea-realisme is nog altijd in zwang in de noordelijke landen; kijk maar naar de onderkoelde misdaadseries die ze maken. Maar theater kan nu juist iets anders bieden. Gelukkig begeven de nieuwe toneelschrijvers zich wél op poëtische, absurde en fantastische gronden. Zo toont Jesper Halle in De bosjes (vertaling: Tom Kleijn) een moordmysterie door de ogen van een groep buiten spelende kinderen. Kristofer Blindheim Grønskag schreef Satellieten aan de hemel (vertaling: Gerardjan Rijnders): jeugdtheater waarin de rijke verbeelding en kinderlijk poëtische taal van een meisje zorgt voor de meest fantastische theatrale beelden vol olifanten, raketten en sprekende computers.


4. Er wordt gezwegen en moeilijk gekeken in Noors toneel; emoties en humor zijn moeilijk

Het zwijgen van Scandinaviërs is bekend. De stiltes in het toneel van Jon Fosse zijn, mits goed gespeeld, allesvernietigend. Ook in Herfstsonate en Persona van Ingmar Bergman wordt weinig gesproken. Of denk aan al die stille, stuurse detectives daar: zo'n Sarah Lund (uit The Killing) is ook geen lachebekje. Onbekommerde vrolijkheid is in het noordse toneel uit den boze. Als er al een feestje wordt gevierd, eindigt het al snel in passief-agressief zwijgen.

Dit vooroordeel is nog het slechtst te ontkrachten. Maar het is wel duidelijk dat vrolijkheid en humor geen verboden terrein meer zijn voor de hedendaagse Noorse toneelschrijver. Het meisje Joni in Satellieten aan de hemel is een van de meest aanstekelijk opgewekte personages in een Noors toneelstuk. De zwarte humor van Fredrik Brattberg is een aangename afwisseling. En ook de gekwelde personages van Tale Næss (van haar verscheen Strømmer, vertaling: Maaike van Rijn) zijn moeilijk nog introvert te noemen.

Ook de nieuwste Noorse teksten tonen een opmerkelijke fixatie op familie, kinderen en de melancholische levensinstelling die Scandinaviërs zo eigen lijkt


5. Noors toneel gaat altijd over families

Nederlandse toneelschrijvers zijn doorgaans niet vies van een beetje straatrumoer. Maatschappelijke onderwerpen als terrorisme, sociale ongelijkheid en racisme komen hier veelvuldig aan bod. Zo niet in Noorwegen, waar in de toneeltekst de familie heilig is. Wat zich in de maatschappij afspeelt lijkt geen personage te boeien. In veel Scandinavische series en films zie je hetzelfde fenomeen. Het gaat niet om de wereld maar om de mensen, om zaken als schuld en boete en het grijze gebied tussen goed en kwaad.

Ook de nieuwste Noorse teksten tonen een opmerkelijke fixatie op familie, kinderen en de melancholische levensinstelling die Scandinaviërs zo eigen lijkt. Maar er is één uitzondering. Zuiver van Maria Tryti Vennerød (vertaling: Maaike van Rijn) gaat over Josef Mengele, de nazi-dokter die tijdens de Tweede Wereldoorlog werkzaam was in Auschwitz. Niet bepaald actueel, maar het morele dilemma omtrent gentechnologie dat Vennerød uitwerkt is dat wel. Dat, én de ijzingwekkende zinnen die ze Mengele laat uitspreken én de slimme structuur van het stuk, maken Zuiver tot een van de interessantste teksten in deze nieuwe lichting. Nu is het enkel nog wachten op regisseurs die al dit nieuwe, Noorse drama ook daadwerkelijk op een toneel gaan zetten.

-----------------------------------------------------------

De Nieuwe Toneelbibliotheek is hét bewijs dat de toneelschrijfkunst ook in Nederland, na enkel magere decennia, weer helemaal terug is. Nog voor de zomer verschijnt alweer het vierhonderdste tekstboekje in deze reeks die sinds 2009 bestaat. Onberispelijk zien ze er uit. De felle kleuren, de nummering, alles aan de boekjes wakkert hebberigheid aan. De Noorse boekjes vormen de deeltjes 390 t/m 395. Naast vertalingen en secundaire literatuur geeft de bibliotheek vooral nieuw Nederlands toneel uit. Van Lot Vekemans (haar Gif is de best verkochte titel) tot Jibbe Willems tot Bernard Dewulf. 
Medeoprichter en vast redactielid Ditte Pelgrom (1962) nam acht jaar geleden de taak op zich om het cliché te ontkrachten dat er in ons land geen noemenswaardig toneel wordt geschreven. Inmiddels is De Nieuwe Toneelbibliotheek een monument geworden voor de Nederlandse toneelschrijver. Dat kost wel wat. Als bibliotheek is het een succes, als bedrijf minder. De bibliotheek werkt zonder subsidie. De enige manier waarop het kan, vijf toneelboekjes per maand uitgeven, is de auteurs vragen om een opstartbedrag. Daarmee wordt het boekje gemaakt en uitgegeven via printing-on-demand.