De Nieuwe Toneelbibliotheek

Boekjeslijst
login | registreren?
toon laatste nieuws
Archief / april / 2016

Recensie toneeltekst: Ongerijmd van Frank Siera

In het kader van Verse Tekst 2016, schreef Joris van der Meer voor de drie gekozen teksten een recensie die werd uitgesproken op 11 april in Theater Bellevue

 

Ongerijmd – Frank Siera

Iemands biografie op toneel zetten is een hachelijke zaak. Maar al te gauw vervalt het in spanningsloos realisme of een overvloed aan informatie om de complexiteit van een leven recht te doen. Maar wat Frank Siera in Ongerijmd met de biografie van Gerrit Achterberg doet, is een klein meesterwerk waarin vorm en inhoud geraffineerd samenvallen.
Grote woorden, dus: hoe zit dat? Wie de bladspiegel van Ongerijmd bekijkt, ziet meteen dat we niet met realisme te maken hebben. Siera voert Achterberg niet zelf op maar laat diens verhaal vertellen door negen met cijfers aangeduide stemmen.
     wij zijn liefhebbers
zo begint stem 1
          wij zijn één grote groep
          liefhebbers

               van het werk van
               gerrit achterberg
Bovendien toont de schrijver zich in dit eerste deel ook meteen bewust van de onmogelijkheid volledig te zijn als hij begint met een overzicht van de sociale structuren waarin Achterberg leefde: familie, relaties, woonplaatsen, collega’s. Dat klinkt helder maar de opsomming cumuleert in precies die gevreesde informa-tiekakafonie als alle stemmen tegelijk proberen hun zegje te doen. Zo gaat dat niet, besluiten ze en chronologie wordt de leidraad. Dat dit nooit droog wordt, komt doordat de informatie slim verdeeld wordt over psychologische aspecten van de sprekers. Stem 1 bijvoorbeeld is vaak de stem van het overzicht maar in de dynamiek tussen de stemmen geeft dit ruimte voor heel andere spelintenties dan informatieoverdracht zoals bijvoorbeeld corrigeren, herstellen, en controleren of juist het tegenovergestelde: je verbijten.

Daarnaast maakt Siera handig gebruik van de mogelijkheid om de sprekers te laten wisselen tussen hun vertellersrol, het kort vertegenwoordigen van Achterbergs moeder, broertje of een ander figuur en door te spelen met de onderlinge dynamiek van de personen achter de nummers, van de acteur als personage dus. Een kleine correctie is daarom wel op zijn plaats, niet de chronologie is leidend maar de dynamische ontwikkeling tussen de sprekers. Het samen bouwen of het elkaar af- en onderbreken zorgt voor een uitermate muzikaal geheel dat de lezer moeiteloos tot het einde voert. Dit is al knap genoeg maar Siera grijpt het verhaal van Achterberg ook aan om zich te verdiepen in de werking van taal, het wezen van poëzie en van theater. En daar grijpen vorm en inhoud in elkaar. Als de sprekers de essentie van Achterbergs dichterschap bespreken:
     gerrit koppelde woorden
     aan elkaar

           koppelde betekenissen
           los van elkaar
zo staat er, mondt dit uit in een discussie over het begrip teken en over de relatie tussen betekenaar en betekende. De vaststelling dat die relatie in essentie wille-keurig is, krijgt zijn climax in een hilarische scène met zinnen als:
     rak, zugger
           maftinkom
maas
                zelp lukko bukko
     stampa stonk.
Betekenisloze woorden allicht maar in het kader van de vertelling een directe ver-wijzing naar Achterberg die onder andere leed aan allerlei dwangmatige taal-handelingen als het herhalen van woorden en zinnen en aan glossolalie: het spreken in klanktaal. Zo krijgt het binnen onze taalregels betekenisloze maftinkom toch betekenis door de dynamiek tussen betekende en betekenaar, vorm en inhoud, voorstelling en toeschouwer.
Van poëzie wordt wel gezegd dat het de mogelijkheid in zich draagt om betekenis te ondermijnen en om de afspraken die een taalsysteem laten werken te saboteren. Zo zoekt de dichter naar de zeggingskracht van dat wat anders onbesproken blijft en kan hij benoemen wat onbespreekbaar is. Als er gesproken wordt over Achterbergs problematische liefdesleven verbindt Siera dit aan diens unieke wijze van de problematisering van taal door poëzie. Met als fraaie conclusie dat de verbindingen die taal legt eigenlijk net zo onbegrijpelijk zijn als de banden van de liefde. Maar, als betekende en betekenaar desondanks bij elkaar komen en elkaar begrijpen als geliefden, wat krijg je dan? Pure, ongerijmde poëzie.

Joris van der Meer

Amsterdam, 11 april 2016

Joris van der Meer is recensent, dramaturg bij Het Utrechts Toneel en lid van het leesteam van  Verse Waar

Recensie toneeltekst: Drie Apen van Robert van Dijk

In het kader van Verse Tekst 2016, schreef Joris van der Meer voor de drie gekozen teksten een recensie die werd uitgesproken op 11 april in Theater Bellevue

Drie Apen – Robert van Dijk

De tekst Drie Apen van Robert van Dijk is een bewerking van de film Üç MaymunDrie apen uit 2008 van de Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan. Het letterlijk overnemen van de titel is een directe verwijzing naar de bron en waarom ook niet. In de narratologie onderscheidt men in de basis drie verhalen: over volwassenwording, over de liefde en de zoektocht naar verlossing. Maar zoals zo vaak bij een goed verhaal is het bijna altijd een combinatie van die drie. De kwaliteit van een verhaal is daarmee niet alleen afhankelijk van het wat, maar zeker ook van het hoe.
Om te beginnen met het wat. Ergens in een stad, Istanbul? Ankara? al kan het wat mij betreft heel goed in Nederland zijn, woont Ismail met zijn vader Eyüp en moeder Haçer. Als jonge twintiger heeft Ismail moeite zijn weg te vinden en de herinnering aan zijn te vroeg gestorven oudere broer houdt niet alleen hem maar het hele gezin in zijn greep. Als zijn vader tegen een mooie financiële vergoeding voor diens baas de gevangenis in gaat en zijn moeder met diezelfde baas een relatie krijgt, heeft dat verstrekkende gevolgen. De afwezigheid van de vader dwingt de zoon uit zijn lethargie, man en vrouw moeten hun liefde voor elkaar heroveren en de vader realiseert zich hoe louterend opoffering kan zijn. Volwassenwording, liefde en verlossing. Horen, zien en zwijgen.
Dan over het hoe. Ik las laatst dat het kenmerk van een goede roman het vermogen van de schrijver is om een locatie tot leven te brengen. Het knappe van Van Dijk is dat hij naast het gebruik van minieme regieaanwijzingen als thuis of in het gevang locaties haarscherp weet te schetsen door middel van zijn dialoog. En ik zeg het wellicht ten overvloede maar in films en filmscripts werkt natuurlijk precies andersom. Het is die reden, die kwaliteit van de schriftuur die maakt dat deze bewerking, nog afgezien van Van Dijks eigen interpretatie van de personages en de handeling, geheel op zichzelf komt te staan. Als Ismail zijn vader in de gevangenis bezoekt, brengt de verholen toon van het gesprek het gebrek aan privacy perfect tot leven. Maar die consequente aandacht voor de kwaliteit van de dialoog doet meer.
     woorden zijn centjes
centjes
     die je beter in een spaarpot
     kunt doen
zegt Ismail. En dat lijkt de schrijver zich ook ter harte genomen te hebben. De zinnen zijn kort, afgemeten haast maar wel in de positieve betekenis van het woord, licht ook ondanks het drama dat zich ondertussen afspeelt. Zo wordt de aandacht verlegd van de inhoud van de woorden naar de betekenis van de stiltes daartussenin. Het maakt zijn personages enigmatisch en tilt ze boven al te alledaags psychologisch realisme uit. Niet zozeer waarom ze iets doen, maar dat ze het doen, daar gaat het om. Dat de keuze van de een, iets teweeg brengt in het leven van de ander. Het gaat om handelen. Wat voor mij de essentie én van drama én van het leven is.

Joris van der Meer

Amsterdam, 11 april 2016

Joris van der Meer is recensent, dramaturg bij Het Utrechts Toneel en lid van het leesteam van  Verse Waar

Recensie toneeltekst: Kormoraan van Daniel Sikora

In het kader van Verse Tekst 2016, schreef Joris van der Meer voor de drie gekozen teksten een recensie die werd uitgesproken op 11 april in Theater Bellevue

Kormoraan – Daniël Sikora


Wie zijn wij, wat bepaalt onze identiteit en welke rol spelen verhalen daarin? Dit soort vragen staat centraal in de bijzondere monoloog Kormoraan van de Vlaamse schrijver Daniel Sikora. In zes delen voert Sikora ons mee op de zoektocht van zijn naamloze ik-figuur naar de definiëring van wie hij is. Dat blijkt geen eenvoudige opgave, althans voor het personage, dat kort voor het eind verzucht:
      merkt ge hoe ik gestopt ben
      met over mezelf te praten 

      en weer alles algemeen maak
Rode draad in zijn woordenstroom is steeds opnieuw de relatie tussen het ‘ik’ en de rest. Dat begint al met de titel. De kormoraan, of aalscholver, is een groepen levende vogel die veel in het oosten van Europa voorkomt. Als de ik-figuur begint te spreken vertelt hij dat hij er een zag zitten, alleen, ver van huis aan een kanaal ergens in West-Vlaanderen. En even verdwaald zit híj daar tegenover ons, omdat hij het masker waarachter hij altijd geleefd heeft af moet leggen. Een masker dat aanpassingsvermogen heet.

Hoe destructief dat masker kan zijn wordt op een stream of consciousness-achtige manier steeds opnieuw verteld. Met het verhaal van ene Maurice die zelfmoord pleegt omdat hij geen uitweg weet uit het conflict tussen zijn homoseksuele ge-voelens en zijn heteroseksuele huwelijk. Of dat van de koster die ’s avonds stiekem op café gaat op zoek naar seks. Je voegen naar de eisen van het narratief van een groep, brengt blijkbaar ook altijd de ontkenning van een juist niet bij dat narratief passend deel van je persoonlijkheid met zich mee.
     vanaf het moment
     dat mensen samen zijn

     nemen ze elkaars vrijheid af
zo staat er. Tegenwicht voor deze donkere verhalen vol van onvervuld verlangen, zijn de geestige uitwijdingen over leugenachtige natuurdocumentaires van Disney of over een buurvrouw die appels naar schapen gooit en steeds omvalt. De manier van vertellen, vol ironie, geeft bovendien steeds ruimte voor adem. Het is een charmante spreker die daar voor ons zit, want ja, dat aanpassingsvermogen.
Hij heeft wortels in Polen en de Oekraïne en samen met het motief van de kormo-raan, thema’s als anders zijn, uitstoten en uitgestoten worden, deed de tekst me denken aan De geverfde vogel van Jerzy Kosinski uit 1965 al is Kormoraan veel minder eenduidig en programmatisch. Maar Kosinski’s roman is ook op een andere manier relevant. Het boek heeft een controversiële status omdat Kosinski bij de publicatie onterecht deed voorkomen alsof het autobiografisch was en omdat, zo bleek, het boek in hoge mate geplagieerd was. Dit postmoderne meta-verhaal over het je toe-eigenen van andermans verhalen en de kennelijke inwisselbaarheid ervan is hier onderdeel van de vertelling zelf en wordt tot een ontluisterende crisis gevoerd.
De verhalen die de ik-figuur vertelt, zijn minstens zo vaak van een ander als van hemzelf. En als hij in een van de laatste alinea’s opbiecht dat de ontmoeting met de kormoraan ook het verhaal van iemand anders is, doemt de vraag op hoe betrouwbaar het personage eigenlijk is. Maar nee. Stop. Met die vraag doe ik hem onrecht. Want als je niet meer kan kiezen welk verhaal je wil volgen omdat het altijd ergens inbreuk maakt op een deel van jezelf. Als verhalen sowieso suspect geworden zijn. Wat rest je dan?
      mijn kop
      is een narratieve gevangenis
zegt de ik-figuur. Eén waar hij zich niet meer uit bevrijden kan. En terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me dat ik in Kormoraan iemand heb leren kennen en tegelijkertijd ook helemaal niet. En dat doet pijn, al is er voor mij gelukkig de troost dat het zo prachtig opgeschreven is.

Joris van der Meer
Amsterdam, 11 april 2016

Joris van der Meer is recensent, dramaturg bij Het Utrechts Toneel en lid van het leesteam van  Verse Waar

Maaike Bergstra ontvangt TheaterTekstTalent Stipendium

Amsterdam, 13 april 2016 – Het TheaterTekstTalent Stipendium 2016 van het Prins Bernhard Cultuurfonds is toegekend aan Maaike Bergstra. De prijs is bedoeld om toneelschrijvers in staat te stellen een nieuw toneelstuk te schrijven. De ontvanger krijgt €12.500 voor het schrijven van het stuk en een startbedrag van €22.500 voor de uitvoering van het geschreven stuk.

Bekijk hier een korte film over het TheaterTekstTalent Stipendium en de vorige laureaten.

Maaike Bergstra (Utrecht, 1982) De eerste jaren na haar afstuderen aan de opleiding Writing for Performance van de HKU in 2009, schreef Maaike Bergstra vooral toneelstukken voor kleine theatergroepen en voor producties met jong theatertalent. Met de opvoering van haar tekst Uit diep blauw in 2015, onder regie van Daria Bukvić, viel zij op bij een groter publiek. In dit stuk combineert zij verschillende plottypes om op scherpe wijze maatschappelijke thema's aan de orde te stellen.

De-constructie-baby
Om haar artistieke signatuur verder te ontwikkelen wil Maaike Bergstra zich richten op inhoudelijke verdieping. Zij wil thema's uitwerken die haar persoonlijk aan het hart gaan en onderzoeken hoe zij dergelijke onderwerpen dramatisch kan vormgeven. Een van deze thema's is het ontstaan van nieuwe gezinsvormen; een maatschappelijk fenomeen dat contrasteert met normen die diep in de samenleving geworteld zijn. In een tijd waarin alles mogelijk is blijken onconventionele gezinsconstructies te leiden tot allerhande vooroordelen, zowel van de betrokkenen als van buitenstaanders. Bergstra wil het TheaterTekstTalent Stipendium gebruiken voor het schrijven van de tekst 'De-constructie-baby' (werktitel). 

Juryrapport
De jury is onder de indruk van de intelligente en betrokken wijze waarop Maaike Bergstra haar plannen voor de te ontwikkelen toneeltekst beschrijft. Met haar synopsis van De-constructie-baby raakt zij met verrassende stijlexperimenten een actueel, boeiend en persoonlijk thema. De uitgewerkte scène getuigt van groot dramatisch inzicht en een vlotte schrijfstijl. Bij de zoektocht naar de theatrale constructie waarin ze de door haar gekozen thematiek wil vatten, is het TheaterTekstTalent Stipendium zeer goed bruikbaar. De jury is er dan ook van overtuigd dat het TheaterTekst Talent Stipendium 2016 met recht aan deze talentvolle en uiterst gedreven toneelschrijver kan worden toegekend.

TheaterTekstTalent
Het doel van het TheaterTekstTalent Stipendium is om het theaterveld een kwaliteitsimpuls te geven. Met het financieren van nieuw werk van geëngageerde toneelschrijvers hopen de initiatiefnemers bestaande en nieuwe publieksgroepen met actueel nieuw toneelrepertoire in aanraking te brengen. Eerdere ontvangers van het TheaterTekstTalent Stipendium waren Anna van der Kruis in 2015 en Bo Tarenskeen in 2014.

Theatertekstschrijvers die willen meedingen naar het stipendium 2017 kunnen hun materiaal voor 1 januari 2017 indienen bij het Cultuurfonds. Kijk voor meer informatie:

http://cultuurfonds.nl/aanvragen/stipendia/theaterteksttalent-stipendium/criteria-en-procedure-theaterteksttalent

Het Toneelschrijfhuis presenteert zich in Theater Bellevue.

Op 11 april vond de presentatie plaats van Het Toneelschrijfhuis, tijdens een avond in Bellevue – waar ook de Verse Tekst genomineerden werden gepresenteerd, de Boyerlezing werd gelezen door Simon van der Geest, Michael Bijnens zijn Charlotte Kohlerstipendium in ontvangst nam en Rob de Graaf de Boyertrofee kreeg uitgereikt.

Dit is wat er gezegd werd:

(inleiding)
we staan hier
in bellevue  
waar toneelgroep centrum zich al in de jaren zeventig om de toneeltekst bekommerde
in bellevue
waar het lunchtheater al meer dan twintig jaar ruimte biedt voor nieuw toneelschrijfwerk
waar de tekstsmederij onderdak vindt die jonge schrijvers aan jonge regisseurs verbindt
en ook op breder podium aandacht vraagt voor het schrijven van toneel

we staan hier
op een avond 
waar – met recht – marian boyer op allerlei manieren aanwezig is
– in toch weer een nieuwe verse tekst-editie
georganiseerd door Platform Theaterauteurs in samenwerking met zoveel anderen
– in de boyer-lezing die zijn naam aan haar dankt
– en in de gedeelde droom van een huis van en voor toneelschrijvers

de laatste keer dat we hier met z’n allen zaten en stonden
was tijdens het symposium dat de tekstsmederij organiseerde 
rondom toneelschrijven.
in de middag was er een intensief constructief gesprek  
over de staat van de toneelschrijver
en diens autonomie en ontwikkeling
en zijn verdere wensen en dromen.
wensen en dromen die al een tijdje rondzongen 
in gesprekken tussen de een en de ander 
en die later in het cafe een concretere vorm zou krijgen:
nu
we moeten nu iets doen
wanneer gaan we om tafel?
zeven schrijvers en dramaturgen
waren dat
zijn dat
Magne van den Berg
Paulien Geerlings
Martine Manten
Ditte Pelgrom
Kees Roorda
Lot Vekemans
en Jibbe Willems

droom en doel was en is dus
een toneelschrijfhuis
een plek voor en door schrijvers
een uitwisselingsplek
(waaraan zowel bij jonge als oudere schrijvers behoefte is)
in een tijd waarin schrijven opgenomen is in de productieketen van het theater
willen we een plek creëren waar de toneelschrijver en het schrijven centraal staat

beginpunt is
het toneelschrijfhuis
als pleidooi voor de noodzaak van
vrijheid en tijd van schrijven
voor de ontwikkeling van
de autonome toneelschrijver in het landschap
immers:
een toneeltekst is zowel een onderdeel van een voorstelling
als ook een zelfstandig literair werk.
    Een autonome toneeltekst
    is door verschillende gezelschappen en regisseurs
    op verschillende manieren op te voeren,
    zonder dat de zeggingskracht van de tekst verloren gaat.

Het toneelschrijfhuis dus
als een vrijplaats voor toneelschrijvers.
want
    een autonome toneelschrijver is een kunstenaar
    die steeds moet blijven produceren
    en daartoe ook moet blijven studeren.
    Hij of zij moet zichzelf blijvend intellectueel voeden,
    en zichzelf nieuwe kennis aandragen.

Goed.
Graag willen we u delen in het plezier
dat het begin er is
We bestaan als stichting
 en de eerste concrete ideeën zijn er


I.

(wie we zijn)
Het Toneelschrijfhuis is een vrijplaats voor toneelschrijvers opgericht door bovengenoemde mensen die gezamenlijk de artistieke kern vormen. Stichting Het Toneelschrijfhuis wil de autonome positie van de toneelschrijver beschermen en versterken en zo de artistieke kwaliteit en (inter)nationale reikwijdte van de Nederlandstalige toneelschrijfkunst verstevigen en bevorderen. De stichting kent een zo ‘plat’ mogelijke organisatiestructuur. De artistieke kernleden en schrijvers hebben maximale zeggenschap over het reilen en zeilen van de vrijplaats. De ideeën van de deelnemende schrijvers zijn richtinggevend. We starten actief als plek vanaf september 2016 en streven naar een financieel draagvlak vanaf 2017.



(wat we voor elkaar willen krijgen)
Concreet betekent dit dat we vanuit de volgende vijf pijlers gaan werken:
1. De vrijplaats:  waarbinnen toneelschrijvers hun werk kunnen verdiepen en ontwikkelen los van productiedwang . Dit is het hart van het toneelschrijfhuis.
2.  De ontmoetingsruimte: waar schrijvers elkaar, theatervakgenoten en publiek kunnen ontmoeten om in een ongedwongen sfeer van gedachten te wisselen en contacten te leggen. Zowel op nationaal als op internationaal niveau.

3. De publieke ruimte: waar de schrijver zijn werk toont aan een breder publiek en zich openstelt voor vragen, kritiek en debat.

4. De speelruimte: waar creatief talent aan elkaar gekoppeld kan worden en gezocht wordt naar werkelijke productie in binnen- en buitenland.

5. De lerende ruimte:  voor expertisebevordering voor toneelschrijvers maar ook over toneelschrijver voor andere vakgenoten. Ruimte voor masterclasses, scriptopstellingen, persoonlijke begeleiding door experts, specialisten voor specifieke research etc.

Het zal duidelijk zijn dat de verschillende onderdelen van ons plan elkaar raken en overlappen en dat er geen strikte scheiding is tussen de vijf benoemde ruimtes. Van belang is dat onze activiteiten in alle gevallen ruimte geven aan de toneelschrijfkunst en aan de toneelschrijver


We zijn het afgelopen jaar intensief in gesprek geweest met mogelijke financierders.
Ons plan is enthousiast ontvangen
door zowel het Fonds voor de Podiumkunsten
als het Letterenfonds,
echter vooralsnog vallen we met ons huis nog tussen wal en schip
bij de subsidieregelingen

maar het enthousiasme is er, en er wordt gezocht…

In ruimte worden we gesteund door Bellevue
En we zijn in gesprek voor andere financieringsbronnen.
Daarbij doen we hier en nu ook een oproep aan iedereen
die ons kan ondersteunen bij de verdere totstandkoming van Het Toneelschrijhuis. Heb je hierover ideeën wend je dan graag tot een van ons.

Toch willen we een begin maken…




II.

(hoe willen we daar een begin mee maken)

1. de vrijplaats
een schrijverstraject aanbieden
3 schrijvers krijgen in overleg met het schrijvershuis persoonlijke begeleiding [naar het idee van the royal-court structuur] voor ± 2 jaar waarin geschreven en met elkaar gesproken kan worden we willen hiermee aanvangen in 2017


2. het kennisraam – ter bevordering van kennis en ambacht
3x feedback/forward-trainingen
omdat het opbouwend en constructief reageren op elkaars werk in pril stadium vaak een moeilijk iets is gaan we 3x per jaar een feedback-training geven
waarin a.d.h.v. bestaande modellen onderzocht wordt naar een constructieve manier om elkaars werk te bespreken en een stap verder te brengen.

3x werkbijeenkomsten over scriptopstellingen (naar het model dat op dit moment onderzocht wordt aan de HKU door Nirav Christoph en Annelies Boutellier)


3. de adem/ontmoetingsruimte
regelmatige intervisiegesprekken met open inschrijving [1x per 2 a 3 maanden]
waar 3 a 4 schrijvers met een dramaturg a.d.h.v een (heldere) onderzoeksvraag elkaars werk bespreken
inschrijving kan kort vantevoren [±2 weken]




III.


4. ontmoetingsruimte  en  speelruimte

Het toneelschrijfuis heeft de ambitie om ruimte te geven aan opvoeringen van Nederlandse repertoire in het buitenland. Inzet is om elke twee jaar een promotie- en uitwisselingsproject op te zetten met een ander land. Voor 2017 is gekozen dit te doen met Duitsland, oa in aansluiting op het feit dat Nederland en Vlanderen in oktober 2016 themaland zijn op de Frankfurter Buchmesse.

In de periode januari tm maart 2017 vinden er 3 festivals plaats in Duitsland waarbij in totaal 6 Nederlandse toneelteksten in lezingen gepresenteerd worden. Het project is georganiseerd in opdracht van Dutch Performing Ars en wordt vanuit het Toneelschrijfhuis artistiek geleid door Lot Vekemans, bijgestaan door een redactie die ook verantwoordelijk is voor de selectie van de teksten. Deze redactie bestaat voor Duitsland uit Florian Hellwig, Jose Kuijpers, Eva Pieper, Maaike van Langen en Paulien Geerlings. De teksten worden in een tweedaagse festival gepresenteerd in Berlijn, Bochum en Hamburg, waarbij in elke stad een samenwerking wordt aangegaan tussen een Duits stadstheater en een Nederlands toneelgezelschap. Op dit moment is dat in Berlijn een samenwerking tussen Deutsches Theater en Theater Utrecht en wordt in Bochum samengewerkt met het Schauspielhaus en Eric de Vroedt van het Nationale Toneel. In Hamburg zijn we in gesprek met Thalia Theater en Wunderbaum in Nederland.

In het festival is naast promotie ruimte voor uitwisseling en expertisebevordering en zal in elke stad een Nederlandse toneelauteur een masterclass geven aan jonge Duitse toneelschrijvers. Het project heeft ten doel minimaal twee teksten ook daadwerkelijk opgevoerd in Duitslandte krijgen en minimaal drie teksten onder te brengen bij een Theater Verlag. De keuze van de teksten wordt in mei bekend gemaakt via de Facebookpagina van het Toneelschrijfhuis. Het is de bedoeling dat de geselecteerde auteurs meereizen en beschikbaar zijn voor interviews en discussies.


okee tot zover
uitgebreidere informatie binnenkort op onze [komende] website
www.toneelschrijfhuis.nl
en
op facebook

mocht je op de hoogte gehouden willen worden
laat hier dan je emailadres achter
of stuur een mailtje naar
info@toneelschrijfhuis.nl

Vind een bibliotheek van vertalingen op de website van toneelvertaler Tom Kleijn