De Nieuwe Toneelbibliotheek

Boekjeslijst
login | registreren?
toon laatste nieuws
Nieuws

We houden zomerstop tot 17 augustus

hop hop ZOMERSTOP - de nieuwe toneelbibliotheek stopt even met nwe boekjes maken - (de bestaande collectie is natuurlijk gewoon bestelbaar) - half augustus doen we weer mee! voor iedereen: een mooie zomer, met voldoende afstand, boeken en zon!

Verse Tekst 2020 en haar ondersteunende partijen

Platform Onafhankelijke Theaterauteurs, al bijna 15 jaar initiatiefnemers van Verse Tekst, de open inzendronde voor het (nog) ongespeelde stuk, presenteert Verse Tekst 2020! Door corona verloopt het onder de aandacht brengen van de drie gekozen teksten wat uitgespreider dan andere jaren, wat waarschijnlijk alleen maar ten goede komt aan de teksten die we onder de aandacht willen brengen!

– de teksten worden door ons uitgegeven, met dank aan De Versterking (!).

– Floor van Lissa maakte drie podcasts over de stukken bij Tekst uit de la

– deClaus (de Theaterkrant) publiceerde drie tekstbesprekingen van Joris van der Meer, die ook een van de leden van het leesteam was

– 25 oktober: live live live! bijeenkomst in theater Bellevue met schrijvers, teksten, lezing, uitreikingen en meer! (corona volente)

Dit alles in samenwerking met en gesteund door De Auteursbond en Theater Bellevue.

 

Geselecteerde teksten
·  De golem van Molenbeek – Bruno Mistiaen
·  En zo zou het een nooit meer het ander zijn – Vincent van der Valk
·  Het gemoed van Ricardo – Sarah Blok

Eervolle vermelding
·         De Bonte Augustus – Jeremy Baker

Leesteam
Het leesteam bestond deze ronde uit Joris van der Meer, Bodil de la Parra, Frank Siera, Sanne Nouws en Rob de Graaf. Zij lazen 64 nog niet gespeelde theaterteksten; origineel, bevlogen en gedegen werk.

Presentatie
Op 25 oktober 2020 staat in Theater Bellevue een bijeenkomst gepland waarbij de geselecteerde teksten worden gepresenteerd. De middag opent met de Boyerlezing, dit jaar uitgesproken door Jetse Batelaan. Ook wordt het Charlotte Köhler Stipendium uitgereikt aan een beginnend theaterauteur. Door de huidige situatie rondom het coronavirus is dit onder voorbehoud maar de organiserende partners kijken alvast uit naar dit programma met de titel  ‘Een toneelschrijfding waar je bij moet zijn’.

een vierstemmig vaarwel aan de man - deClaus over de Verse Tekst-tekst van Vincent van der Valk

Auteurs Bruno Mistiaen, Vincent van der Valk en Sarah Blok werden afgelopen april geselecteerd voor Verse Tekst 2020, de open inzendronde van het (nog) ongespeelde stuk. Platform Theaterauteurs laat hun toneelteksten uitgeven en bespreken. DeClaus publiceert aankomende weken de recensies, op eigen titel geschreven door jurylid Joris van der Meer (niet te verwarren met een juryrapport dus). Vandaag: Zo zou het een nooit meer het ander zijn van Vincent van der Valk.

Wordt u wel eens boos als u iets leest? Dat u zich opwindt over de vorm van een literaire tekst, of over de inhoud daarvan? In het geval van Vincent van der Valks En zo zou het een nooit meer het ander zijn, overkwam het me aanvankelijk allebei. Het begon al bij zijn lijst met personages die varieert van De Verteller en Koning Amorius tot Lakei van Winterlaken, De Oermoeder en God. (Serieus? Koning Amorius?) waarna er zich een plot ontplooide over een koning die teleurgesteld in de liefde op zoek gaat naar een ‘scharrel’.

koning amorius
Het is de vrouw, pater. De
vrouw heeft mij in haar greep en ik ga eraan ten
onder.

pater pedro
(angstig) De vrouw…?

koning amorius
(met ingehouden woede, tussen
zijn tanden door)
De vrouw, ja!

pater pedro
En is er een vrouw in het bijzonder
die u in haar greep heeft, of…?

koning amorius
(nog steeds met ingehouden woede)
Ik heb het over de vrouw in het algemeen.

pater pedro
(doodsbang)
Het is nog erger dan ik
dacht. De vrouw in het algemeen!

koning amorius
Met haar rondingen en haar
kattige oogopslag. Met haar manipulatieve spel
van aantrekken en afstoten. Met haar ogenschijnlijke
onschuld en haar verraderlijke tong.

En zo voorts. Na een tiental pagina’s heb ik het stuk bijna weggelegd, maar ik oordeelde veel te snel. Allereerst omdat ik wederom moest ontdekken dat mijn Bijbelse geloof in de ernst van taal het altijd moeilijk maakt om op papier humor en ironie te herkennen, en als je diezelfde tekst met besef van ironie leest, je iets heel anders ervaart. Dan wordt flauwe seksistische klets opeens een metadiscussie over mannen en hun vrouwbeeld middels de stijlfiguur van de hyperbool. En het is een heel geestige metadiscussie bovendien. Maar vooral oordeelde ik te snel omdat mijn reactie precies gewenst én ook voorzien was. Van der Valk laat aan het eind van de eerste akte namelijk een brief opbrengen – jawel, geen cliché blijft ongemoeid – en wel een brief van ons, het publiek. Deze brief begint zo:

Al enige tijd moeten wij aanschouwen hoe u
onder de mantel der ironische maatschappijkritiek
allerlei clichématige, seksistische en
soms ronduit aanstootgevende flauwigheden
op ons afvuurt. Als het uw doel is om iets in
onze hoofden teweeg te brengen, dan is dit niet
gelukt.

Het publiek beklaagt zich zonder omhaal over de vorm en de inhoud van het stuk en doet daarna een paar suggesties voor een verder, en beter, verloop van de handeling. De spelers pakken deze handschoen op en zo wordt mijn verontwaardiging over vorm en inhoud gespiegeld in deze briljante vondst van Van der Valk en daarna vakkundig voor zijn eigenlijke onderwerp ingezet: uitzoeken of er voor mannen wat man-vrouw relaties betreft eigenlijk alleen maar zelfkritiek mogelijk is. Om die vraag te beantwoorden volgt Van der Valk tot drie keer toe de suggesties voor verbetering van Het Publiek, maar wel om het stuk steeds opnieuw te laten ontsporen.

In het tweede bedrijf doet hij dat met een knappe Hamlet-pastiche waarin Shakespeares Claudius Claudia heet: een visionair feministe die het met de moeder van de Hamletfiguur Prins Amorius heeft aangelegd. Van der Valk eigent zich met verve Hamlets existentiële twijfel toe en legt die op zijn eigen vraagstuk:

prins amorius
Oh allesverzengende schroom,
waar kom je toch vandaan? Is het niet doodeenvoudig
wat me te doen staat? En zou een
echte man het niet allang hebben gedaan? Mijn
gepijnigde hart fluistert mij koortsachtige
verzen in. Verzen die mij nederig doen
verlangen naar een troostende greep van de
moeder der moeders uit wiens schoot alles wat
leeft is voortgevloeid. Iets in mij verlangt naar
de vrouwelijke dominantie. Is zo moe van die
pikkende hanen, die fallische neerbuigendheid,
die testosteron-bommen die de wereld lang
genoeg hebben gedomineerd. Maar wat ik, en
met mij alle mannen, daarvoor op zal moeten
geven beangstigt mij zo, dat alleen de gedachte
eraan mijn dolk al Claudia’s richting in stuurt.

Weer dus worden ondanks alle twijfel de oude paden van schier onuitroeibaar seksisme betreden en weer komt het publiek tussenbeide, telefonisch met een voicemail dit keer. Driemaal scheepsrecht hoop je dan maar. Zelfs de opkomsten van God ‘Gegroet, gegroet, God is de naam, hopelijk roep ik niet al te slechte herinneringen op’ en van de Oermoeder ‘Wat zit jij je nu weer uit te sloven?’ mogen in het derde bedrijf niet baten en wederom komt het publiek teleurgesteld tussenbeide. Het lukt blijkbaar niet om binnen de oude narratieve vormen tot een inhoudelijk bevredigend einde te komen, tot een synthese van de tegengestelde, of als tegengesteld gewaande, krachten. De ingesleten patronen zijn te sterk en dat terwijl in de tekst zeker wel antwoorden beschikbaar zijn:

prins amorius
Je kunt toch niet ontkennen
dat er een verschil is tussen mannen en
vrouwen?

claudia
Ik zeg niet dat er geen verschil is! Ik
zeg dat de conclusies die we aan dat verschil
verbinden illusies zijn!

Nu de tekst maar niet tot een constructieve uitspraak kan komen over de eigen problematiek, neemt het publiek uit arren moede helemaal het heft in handen. Het komt zelf op, schuift De Verteller opzij en legt zelf aan zichzelf uit dat de oorsprong van de battle of the sexes ons talige bewustzijn is, een bewustzijn dat, zo leert ons ook de semiotiek, alleen kan werken door het maken van onderscheid:

Toen alles een naam had was alles geweten en
trots haalde de taal de dingen uit elkaar. Want
benoemen kon alleen door onderscheid te
maken en zo zou het een nooit meer het ander
zijn. Weten was scheiden. De vis van de vogel.
Het rood van het blauw. De lucht van de aarde
en de man van de vrouw.

Na deze ingreep van het publiek laat Van der Valk in de vierde akte alle ironie varen, en daarmee ook de hoop dat de gordiaanse knoop van de verhoudingen tussen de seksen zonder kleerscheuren te ontwarren zou zijn. Onze oude narratieve vormen zijn volgens Van der Valk blijkbaar zo verknoopt met oude, fundamenteel seksistische manieren van betekenisgeving dat zij voor het vestigen van een nieuwe orde volstrekt ontoereikend zijn. Hij laat, met een buiging naar Sarah Kane’s Crave, door vier stemmen het bewustzijn van één-en-dezelfde persoon vertolken en in plaats van een klassieke dialoog presenteert hij een kakafonie van meningen en visies, tegengesteld en overeenstemmend, vol zelfverwijt en frustratie. Het resultaat is dat de man die hier in zijn viervuldigheid spreekt, afscheid neemt van zichzelf, dat wil zeggen, van zichzelf als man:

Ik maak het uit. Met jou. Met alles waar jij
voor staat. Met al het onderscheid dat je nodig
hebt gehad om je het idee te geven dat je
bestond.

Als we het verschil in schriftuur tussen klassieke dialoog en deze veel vrijere vorm (nog) als betekenisgevend mogen lezen, dan houdt Van der Valk ons zo voor dat ons mannen niets anders rest dan zeer radicale keuzes te maken, een gedachte trouwens die over veel van de problemen van ons tijdsgewricht opgeld doet: racisme (Black Lives Matter), ecologisch (Timothy Morton) en economisch (Thomas Piketty). En zo ontpopt een knappe pastiche zich tot een vierstemmig vaarwel en moet luchtige ironie wijken voor diepe ernst.

 

Joris van der Meer

 

https://www.theaterkrant.nl/kritiek/een-vierstemmig-vaarwel-aan-de-man/

Een onthutsend mooi spookverhaal - deClaus over Verse Tekst-tekst van Bruno MIstiaen

Auteurs Bruno Mistiaen, Vincent van der Valk en Sarah Blok werden afgelopen april geselecteerd voor Verse Tekst 2020, de open inzendronde van het (nog) ongespeelde stuk. Platform Theaterauteurs laat hun toneelteksten uitgeven en bespreken. DeClaus publiceert aankomende weken de recensies, op eigen titel geschreven door leesteamlid Joris van der Meer (niet te verwarren met een juryrapport dus). Vandaag: De golem van Molenbeek van Bruno Mistiaen.

Bruno Mistiaen is misschien wel de koning van het ongespeelde stuk. Van al zijn eenentwintig toneelwerken is er behalve De papa, de mama en de nazi uit 2012 nauwelijks serieus iets opgevoerd. Die gebrekkige opvoeringstraditie weerhoudt hem er echter niet van stug door te schrijven, met als laatste pennenvrucht het zelfbenoemde ‘spookverhaal’ De Golem van Molenbeek. En zoals het Mistiaen betaamt, is het ook dit keer een explosief mengsel van larger than life personages, flink schoppen tegen het politiek correcte been, een tragikomische vertelling en de nodige, seksueel getinte kruiderij.

Centraal in De golem van Molenbeek staat Jacqueline De Clerck, uitbaatster van boekenantiquariaat ‘De Boekenwurm’. Ze is een vrouw van zekere leeftijd die we na een korte proloog aantreffen in het bed van haar Egyptische minnaar Syad. Al na een paar woorden weet je dat ze dingen gaat zeggen die je niet wil horen of die ronduit ongepast zijn. Als een mitrailleur vuurt ze haar onmin op ons af, en let wel, dit is nog maar het begin:

maar ook hier in Brussel zitten we nu
opgescheept met die mysterieuze onbegeleide
allochtone minderjarigen uit het buitenland, de
meesten van hen naar het schijnt afkomstig uit
de buurt van de stad Annaba in de Maghreb. Ze
hokken samen in riolen, bouwketen, mobiele
wc’s en leegstaande huizen, ze leven van
diefstal en bedelarij, ze zijn bijna allemaal
verslaafd aan drugs, sommigen zijn nauwelijks
tien jaar oud, het is een raadsel hoe ze de
Spaanse grens hebben kunnen oversteken en
met wiens hulp ze de weg naar het noorden
hebben afgelegd.

Ook Syad wil het niet (meer) horen en verbreekt aan het eind van de scène zijn relatie met Jacqueline. In de negen scènes die volgen, zien we haar op een steeds desperatere tocht door Molenbeek, de beruchte Brusselse wijk waar zowat heel de wereld samenkomt, op zoek naar, ja naar wat? Verlossing? We zullen zien.

In een uitgebreid artikel over Mistiaen in Etcetera van 15 december 2016 plaatst Erwin Jans Mistiaens oeuvre overtuigend in de school van het in-yer-face theater zoals we dat kennen van bijvoorbeeld Sarah Kane, Patrick Marber en Mark Ravenhill. Jans benoemt daarbij als verder kenmerk van Mistiaens werk de huiskamer, het thuis, als locatie voor de dramatisering van fysiek en psychologisch familiair geweld. In De Golem van Molenbeek zijn er echter geen huiskamer en geen familie meer. De familie is allang uiteengevallen. De vader is verdwenen, de minnaar heeft adieu gezegd, dochter Edith heeft zichzelf in het kanaal verdronken en het huis dat dit alles had moeten herbergen, dat huis annex boekenantiquariaat, dat is afgebrand.

Het is dus duidelijk dat Mistiaen dit keer de beperkingen van de vier muren van de huiskamer achter zich heeft willen laten en met de golem uit de titel ook over de grenzen van het realisme heen wil gaan, hoe in-yer-face dat realisme reeds mocht zijn. Dit begint al met de proloog:

engel 1
Waarschuwing: dit stuk speelt zich af
in het hoofd van Jacqueline.

engel 2
Om haar man te treffen heeft ze haar
kind gedood, niet met een mes maar met
woorden.

engel 1
Een onthutsend spookverhaal.

Alle handeling die we te zien krijgen, is dus een fictie in een fictie. Niets van wat komt, is ‘echt’. In de tweede scène bevinden we ons in het huis van de door zelfmoord overleden dochter Edith en natuurlijk is het dode kind ook zelf aanwezig om haar moeder fijntjes de essentie van hun relatie uit te leggen: ‘Jij uit je moederlijke gevoelens niet in daden maar in aanvallen.’

Daarna hebben we een ontmoeting met Jacquelines alter ego, overbuurvouw en accountant Lien, die zichzelf omstandig door de vierde wand heen introduceert. Lien maakt voor Jacqueline de rekening op en onthult dat haar bewering dat de brand in haar huis gesticht werd door ‘zeven gedrogeerde minderjarige etterbakjes van het Noord-Afrikaanse type’ een grote leugen is. Jacqueline heeft er zelf de hand in gehad. Het is een confrontatie met de waarheid die de actrice die Jacqueline speelt haar rol doet neerleggen en die haar tot dit soort prachtige gruwel brengt:

Hier zit ik dan, uitgespuwd en ondergepist
achter een stukgeslagen bushokje onder een
halfdode lindeboom in een kaal plantsoen vol
drollen. Uw heldin beleeft haar dieptepunt.

Maar de actrice/Jacqueline vergist zich, het dieptepunt is lang nog niet bereikt. Wat hiervoor alleen in taal plaatsvond, vindt nu ook plaats in beeld. Jacqueline wordt als een dolende en ondergepiste Lear opgevangen door Anna en haar racistische, kansarme kinderen. Zoon Stijn doet het met zijn moeder, dochter Emma doet het op internet met bijkans iedereen en aan het eind van de scène doen ze het met zijn vieren maar zo’n beetje met elkaar.

We raken nog verder in het onderbewuste van Jacqueline verzeild en komen nu ook de golem uit de titel tegen, dat uit klei geboetseerde monster dat alles doet wat jij wil, of zoals hij het zelf formuleert: ‘In principe elke vorm van gepremediteerd geweld met een morele inslag.’ Jacqueline heeft er weinig tijd voor nodig om te bedenken wat dat voor haar zou kunnen zijn:

jacqueline
Breng me de hoofden van zeven
minderjarige etterbakjes.

bartholomeusz
Etterbakjes, bedoel je
Moren?

jacqueline
Moren, ja.

Hetgeen ook gebeurt. En toen, toen vond ik het allemaal toch even niet meer leuk.

Gelukkig is Mistiaen zich bewust van de mogelijkheid dat een lezer of toeschouwer zijn teksten niet meer beoordeelt op wat hij er mee bedoelt, maar alleen nog op hoe zijn woorden ontvangen of ervaren worden. Dat blijkt uit de reactie van Anna, die zich afvraagt of dit nu werkelijk ‘moest’, uit het feit dat hij zijn verhaal als fictie binnen een fictie presenteert, maar ook uit onder meer twee zinnetjes van Jacqueline in scène 2 ‘Veroordeel me niet. Dit is Fassbinder.’ een verwijzing naar de ophef over Rainer Werner Fassbinders Het vuil, de stad en de dood (1975) dat door velen als antisemitisch werd (en wordt) beschouwd, terwijl Fassbinder zelf natuurlijk vond dat zijn stuk daar eerst en vooral over gíng.

Dat De Golem van Molenbeek geen betoog ten faveure van racisme of kindermoord is, zit echter ook verborgen in de handeling zelf. De tocht door de krochten van Jacquelines geest is te lezen als een Stationendrama of misschien beter nog, als een perverse variant van het mirakelspel waarbij de heilige is vervangen door een dit keer werkelijk onverbeterlijke zondares. Wellicht is verlossing dus inderdaad het doel, maar Jacqueline is, helaas, wie Jacqueline is. Als pars pro toto voor generaties westers voorrecht lijdt zij weliswaar onder haar eigen hardvochtigheid maar zij kan zichzelf daarin niet stuiten. Ze voelt het gewicht van haar schuld, maar weet simpelweg niet waarvoor. Jacqueline realiseert zich dat haar persoonlijkheid en haar wereldbeeld de oorsprong van al haar ellende zijn. Ze beseft dat haar ideeën net zo antiquarisch zijn als de boeken die ze verkoopt. Maar, omdat haar egocentrisme wezenlijk berouw uitsluit, is het offer van de brandstapel voor haar antiquariaat het enige dat haar rest.

Dat is slim bedacht van Mistiaen, al zou het desondanks goed kunnen dat u bepaalde uitspraken in De Golem van Molenbeek veel te ver vindt gaan. Toch zou ik zeggen, gun u zelf uw verontwaardiging omdat u anders ook menig briljante, maar ook afschuwelijke passage als de onderstaande missen zou. Maar let wel: het eerste woord van het stuk is ‘Waarschuwing’. Daaraan is niets te veel gezegd.

edith
En hoe zouden ze dat dan kunnen
oplossen, die fistel? Dichtnaaien?

jacqueline
Zo simpel is dat niet. Een fistel
vindt in zichzelf de motivering om te blijven
duren. Hem afdekken met een lapje darmwand
en hopen dat het pakt. Of anders een zwellichaampje
uit de grote schaamlippen transplanteren.
Ik kijk ernaar uit. Elke dag weer stront
aantreffen in je vagina doet iets met een mens
haar zelfvertrouwen.

 

Joris van der Meer

 

https://www.theaterkrant.nl/kritiek/een-onthutsend-spookverhaal/?fbclid=IwAR1O0ocll5c1gcilb24JmwbeOiCWaiTJHMuFMpv5EjIGN-_AdphOlxv7tvQ

Voorgelezen bericht van Bruno Mistiaen bij podcastlezing uit de la in het kader van Verse Tekst 2020

Bruno Mistiaen kon wegens corona niet vanuit Gent naar Amsterdam komen en schreef daarom een klein manifest over zijn eigen schrijven dat Floor van Lissa tijdens de podcast voorlas:

'Niet op maat gemaakte, glibberige, weerbarstige, onthutsende, misleidende, schijnwerpende toneelteksten die u niet enkel als voorstellingmaker maar ook als lid van het publiek intellectueel en moreel met uzelf zullen confronteren, vindt u in mijn toneelstukkenkraam. Ze zijn niet duur. Ik voer u over kronkelpaden langs afgronden. De ziel van de mens. De diepere ziel van de mens. De ware ziel van de mens. De naakte ziel van de mens. De bodem van de ziel van de mens. Maar opgepast, het luistert nauw. Er wordt niet aan getornd. Ik verlang van mijn vertolkers dat ze op zijn minst een glimp van die naakte ziel laten zien. Ik verdraag niet dat ze onderweg de ramen afplakken, luide muziek spelen en filmpjes vertonen.
Mijn teksten hebben geen extra beelden nodig, ze dragen hun beelden in zich. Dat scheelt in de kostprijs van een opvoering. U komt dus op en u begint eraan, u kent ze uit het hoofd, u weet precies wat er in het stuk gaat gebeuren, u spreekt de woorden uit precies zoals ik ze heb opgeschreven, u spreekt namens mij tegen elkaar, tegen uzelf, tegen de coulissen, boven of tegen het publiek, het publiek betaalt hier entree voor en weet maar al te goed dat het maar toneel is want het zijn tenslotte allemaal maar woorden en gebaren. Dat is de deal.
Ik neem hedendaagse morele vraagstukken en geef die een toneelbehandeling. Mijn verhaalstof zoek ik in eigen lotgevallen of in mijn directe omgeving. Ik heb belangstelling voor de halfslachtige, dubbelhartige, hypocriete en corrupte mens. Ik wil niets of niemand aan de kaak stellen of ontmaskeren. Ik probeer mijn personages niet impliciet of expliciet te veroordelen maar hen steeds met begrip en mededogen weer te geven, hoezeer ze ook uw afschuw zullen opwekken, al was het maar omdat ik zelf niet beter ben dan zij. Zij zijn geen morele bakens maar morele spiegels. In het algemeen geloof ik dat burgerlijk toneel burgers die naar het toneel gaan bewuster van zichzelf kan maken. Of dat de wereld gaat verbeteren, is mij niet duidelijk.
Ik hou van klassiek dialogentoneel. Ik laat me inspireren door de laagmikkende kunsten en de pornocultuur. Ik heb een voorliefde voor komedies. Maar ik bied ook een thriller, science-fiction en een spookverhaal aan in mijn toneelstukkenassortiment. Bij mij vindt u speelgenot en toneelgenot en taalgenot in goed Nederlands, met komma's en punten. Mijn bedoelingen zijn niet nobel. Mijn teksten zijn te koop. Maar toneelspelers zonder subsidie mogen ze gratis spelen.'

 

https://anchor.fm/floor-van-lissa/episodes/Aflevering-7---VERSE-TEKST-SPECIAL---Tekst-uit-de-la-van-Bruno-Mistiaen-efeju1?fbclid=IwAR1G4e6sZWIO6AoT38tDlQ7bGpoSZXRjP4MALlmY5vebYkcyJdD2dORUbTI

Genomineerden Toneelschrijfprijs 2020 bekend

*** Hertenleer - Anna Carlier
*** Immens - Vincent van der Valk & Casper Vandeputte
*** Ode aan Buldegart - Bastiaan Vandendriessche
*** De Poolse bruid - Jibbe Willems

 

 

Anna Carlier, Vincent van der Valk & Casper Vandeputte, Bastiaan Vandendriessche en Jibbe Willems zijn genomineerd voor de Toneelschrijfprijs 2020. Deze onderscheiding bekroont de beste Nederlandstalige theatertekst van het afgelopen jaar. De prijs wordt dit najaar voor de 33ste keer uitgereikt.

De Nederlands-Vlaamse jury van de Toneelschrijfprijs 2020 bestaat uit Judith de Rijke (voorzitter), Rashif El Kaoui en Els Van Steenberghe. Zij kozen dit jaar uit 53 inzendingen de beste teksten die tussen 1 april 2019 en 31 december 2019 voor het eerst werden opgevoerd. De genomineerde teksten voor de Toneelschrijfprijs 2020 zijn: 

  • ‘Hertenleer’ van Anna Carlier;
  • ‘Immens’ van Vincent van der Valk & Casper Vandeputte;
  • ‘Ode aan Buldegart’ van Bastiaan Vandendriessche;
  • De Poolse bruid’ van Jibbe Willems.

Een greep uit het Juryrapport

De jury licht de selectie als volgt toe: “De nominaties voor de Toneelschrijfprijs getuigen dit jaar van een bijzondere eigenheid. In ‘Hertenleer’ belanden we in een post-apocalyptisch tijdperk en worden we uitgedaagd om na te denken over een toekomst waarin de natuur, zo lijkt het, de wereld terug heeft opgeëist. Anna Carlier schetst met deze poëtische en dichterlijke tekst een even teder als gruwelijk wereldbeeld, vanuit een hoogst origineel uitgangspunt.

‘Ode aan Buldegart’ is een oproep om het wilde, het woeste, het vleselijke en lelijke te koesteren en omarmen. Een kleurrijke tekst rijk aan verbeelding, schwung, humor en levenslust waarin Bastiaan Vandendriessche ons laat vallen voor twee giganten die elkaars groteske, afzichtelijke werkelijkheid adoreren en de lezer daar weerloos in meeslepen.

Bij ‘Immens’ worden we als lezer meegetrokken in een tekst die samen met ons denkt en graaft in het gedachtegoed van Friedrich Nietzsche. Casper Vandeputte en Vincent van der Valk zijn er wonderwel in geslaagd om rondom deze filosoof een actueel, vitaal en persoonlijk stuk te boetseren zonder daarbij uitleggerig of betweterig te worden. Bijgestaan door humor en relativering, en alles bezien vanuit de menselijke maat, reflecteren zij op Nietzsche en op deze tijd.

Jibbe Willems tenslotte schreef met ‘De Poolse Bruid’ een poëtische en pulserende wereld vol verlangen. Meegevoerd door Willems’ meanderende taal belanden we in een romantisch universum; een uniek (taal)bouwwerk waar twee beschadigde individuen bij elkaar thuiskomen en in rust en kracht verstrengelen. Als jury wisten we deze vier teksten, elk op hun beurt fris, doordacht en eigenzinnig, bijzonder te waarderen.”

Het volledige juryrapport wordt voorgelezen op de uitreiking van de Toneelschrijfprijs in september.

Toneelschrijfprijs

De Toneelschrijfprijs – ter waarde van € 10.000 – bekroont een Nederlandstalige toneeltekst die het afgelopen jaar voor het eerst gespeeld werd en draagt bij aan een levendige Nederlandstalige toneelschrijfkunst. Deze prijs is een initiatief van de Taalunie, Literatuur Vlaanderen, het Fonds Podiumkunsten en het Nederlands Letterenfonds en wordt mede mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van deAuteurs en het Lira Fonds.

De Toneelschrijfprijs wordt afwisselend door Literatuur Vlaanderen en het Nederlands Letterenfonds/Fonds Podiumkunsten georganiseerd. Teksten die in 2020 in première gingen of gaan, kunnen worden ingezonden voor de Toneelschrijfprijs 2021. Dan ligt de organisatie in handen van het Nederlands Letterenfonds en het Fonds Podiumkunsten.

De uitreiking

De Toneelschrijfprijs wordt in september uitgereikt in samenwerking met het Vlaams TheaterFestival. Vanwege de coronacrisis is nog niet bekend hoe de prijsuitreiking eruit zal komen te zien, maar hierover zal in de loop van de zomer meer bekend worden gemaakt. 

Vertaling

Dit jaar leest opnieuw een extern jurylid mee. In het kader van een promotietraject voor Vlaamse en Nederlandse theaterteksten – een initiatief van Dutch Performing Arts, Kunstenpunt en Flanders Literature –  krijgt een van de genomineerde teksten een literaire vertaling in het Frans. Welke tekst dat is, wordt tegelijk met de winnaar bekendgemaakt in september.

 

 

https://www.literatuurvlaanderen.be/nieuws/nominaties-toneelschrijfprijs-2020-bekendgemaakt?fbclid=IwAR3Y6fXSb6P63PsiII4JS1klRR-a8fmW6HMB6E_mVw7r1O0TTc8PgPqawEc

Uitgelicht

Drie nog onopgevoerde teksten die extra aandacht verdienen

Verse Tekst selectie 2020:
#563 En zo zou het een nooit meer het ander zijn
#564 De golem van Molenbeek
#565 Het gemoed van Ricardo

Met bijzondere tekst van Ellis Meeusen begint de reeks: tien nieuwe vlaamse

inkijken bestellen

De Nieuwe Toneelbibliotheek  krijgt dit jaar de kans 10  nieuws vlaamse  teksten en schrijvers onder de aandacht te brengen. De eerste tekst is van schrijver, toneelspeler Ellis Meeusen. Een mooi gecomponeerde tekst. Een jonge vrouw rijdt met haar lief naar het zuiden van Frankrijk, een rit die ze vroeger jaarlijks met haar gezin maakte. Herinnering en heden lopen door elkaar, terwijl ze de weg zoeken in een donkere nacht.

(…)

 

drie kwartier later
zijn we lyon voorbij
is de gps het noorden kwijt
en rijden we hopeloos verloren

zo komen we er nooit

rond ons alleen velden
ook in de verte
geen dorp
waar we de weg
kunnen vragen

ik heb honger
en dorst
voel dat ik
niet meer helder
kan nadenken
ik hoor mezelf snauwen
tegen younes
of hij misschien
een kaart kan zoeken
in het handschoenkastje

    misschien hadden we
    op de autostrade
    moeten blijven

hij zegt het
voorzichtig

ja
misschien ja
of misschien hadden we
niet moeten komen
misschien hadden we
de trein moeten nemen
misschien had jij
je rijbewijs moeten halen

nee
niet doen
niet zeggen
dat je het begrijpt
je begrijpt het niet
jij begrijpt hier
helemaal niks van

het allereerste boekje van De Nieuwe Dansbibliotheek is er

Papier incomestible is 'a reading performace, uitgegeven in de serie dansnotaties van de nieuwopgerichtte zusterorganisatie van De Nieuwe Toneelbibliotheek. DNDB brengt notaties, secundaire teksten en vertalingen uit in handzame boekjes, om een beter inzicht te geven in de praktijk van dans en choreografie in Nederland en Vlaanderen.
 
Notaties leggen informatie vast met behulp van tekens of symbolen. Chemische formules, partituren en dansnotaties zijn er voorbeelden van. Sommige notaties zijn gebaseerd op een formeel systeem en sommige van die formele systemen zijn wereldwijd in gebruik. Choreografen en dansers maken vaak gebruik van particuliere vormen van notatie. Voor een aantal onder hen is de notatie een zelfstandige, choreografische vorm geworden. De Nieuwe Dansbibliotheek wil alternatieve vormen van notatie bevorderen en toegankelijk maken voor een breder publiek.
 
De Nieuwe Dansbibliotheek is een zuster-uitgave van De Nieuwe Toneelbibliotheek en staat onder redactie van Fransien van der Putt en Ditte Pelgrom.
 
De Nieuwe Toneelbibliotheek heeft als missie toneelrepertoire beter beschikbaar te maken voor Nederland en Vlaanderen. DNTB doet dit door via print on demand uitgaven van toneelteksten in kleine boekjes èn het aanbieden van een digitale bibliotheek. Hiermee wordt de Nederlandstalige toneelschrijfkunst -de schrijver, zijn oevre en het discours – onder de aandacht gebracht van het juiste publiek: schrijvers, studenten, makers, lezers en toeschouwers.

DNDB gaat haar tien jaar oudere zuster met genoegen achterna, al zal het een eigen praktijk van publiceren moeten ontwikkelen van teksten en andere dingen op papier voor en over dans en choreografie.
 
 ENG
This is book number 1 of De Nieuwe Dans Bibiotheek. DNDB publishes notations, secondary texts and translations in handy booklets, in order to provide an insight into the practice of dance and choreography in the Netherlands and Flanders.
 
Notations capture information using signs or symbols. Chemical formulas, scores and dance notations are examples of this. Some notations are based on a formal system and some of those formal systems are used worldwide. Choreographers and dancers often use private forms of notation. For some of them the notation has become an independent, choreographic form. The New Dance Library wants to promote alternative forms of notation and make these accessible to a wider audience.
 
De Nieuwe Dansbibliotheek is a sister publication of De Nieuwe Toneelbibliotheek and is edited by Fransien van der Putt and Ditte Pelgrom.
 
De Nieuwe Toneelbibliotheek has the mission to make contemporary theater repertoire better available for the Netherlands and Flanders. DNTB does this through print on demand publishing of theater texts in small booklets and offering a digital library. With this, Dutch and Flemish theater writing - the writer, the oevre and the discourse - is brought to the attention of the right audience: writers, students, makers, readers and spectators.

DNDB will gladly follow its ten year older sister in her footsteps, while developing a specific practice of publishing texts and other things on paper for dance and choreography.

Tweede bundeling van Heiner Muller-vertalingen is gereed!

inkijken bestellen

Nadat Marcel Otten eerst los werk van Muller (her)vertaalde in Eenzame teksten die op geschiedenis wachten [boekje#450) is nu ook de bundeling met Mullers bewerkingen van Shakespeare gereed. Shakespeare Factory bevat: Dear William, Toen we op de middelbare school, Anatomie Titus Fall of Rome Een Shakespearecommentaar, Grafschrift van Falstaff, Shakespeare een verschil, Vissenkadavers met een zilveren buik, De Hamletmachine, Duitsland is Hamlet,Lear, King Lear, LEAR een verenigingsruimte (geen commentaar), Macbeth, Ga Ariël, De reizende Shakespeare plus een reconstructie van Dear William mèt een facsimile. De bundel wordt afgesloten met een nawoord van Prof. Em. Luk van den Dries.