De Nieuwe Toneelbibliotheek

Boekjeslijst
login | registreren?
toon laatste nieuws
Nieuws

NIEUW VERKOOPPUNT IN ANTWERPEN:

Bij De Nwe Tijd zijn onze boekjes nu ook te koop!
Op werkdagen van maandag t/m donderdag en op de fameuse Maandagavonden! Mail, bel of kom langs!
De Nwe Tijd
Sint-Paulusstraat 23
2000 Antwerpen
+32 (0)3 231 62 86
info@denwetijd.be

toneelschrijfprijs 2019 voor A seat at the table van Saman Amini en Nima Mohaghegh

Seizoen 2018-2019:

Seizoen 2018-2019:

Stijn Devillé in De Standaard over het belang van oud en nieuw repertoire

Toneelteksten als wegwerpproducten


Het Vlaamse toneel heeft een repertoireprobleem. Maar niet zozeer omdat Shakespeare weinig wordt opgevoerd. We denken te weinig na over wat we willen bewaren, hekelt Stijn Devillé.

‘Shakespeare’s dead, get over it’, is niet alleen het opschrift op de foto bij het artikel ‘Waarom Shakespeare een tweede kans verdient’ (DS 31 augustus), het is ook de titel van een toneelstuk van de Vlaamse toneelauteur Paul Pourveur. Het stuk wordt af en toe nog gespeeld door het Brusselse Ensemble­ Leporello, maar verder staan zijn stukken in Vlaanderen nergens nog op het repertoire.

Het woord ‘repertoire’ klinkt bijna reactionair, zeker als je het in verband brengt met ‘de canon’. Maar dan beperk je het tot zijn betekenis van klassiek repertoire: Shakespeare, de Grieken, Tsjechov­, Ibsen … Dat is het eerste probleem met het woord: het verhult een hedendaags, laat staan nieuw repertoire. De wereld van vandaag beschrijven in woorden van vandaag is bij uitstek wat toneel­schrijvers doen. Dat is ook nodig­. Het toneel is een levende kunstvorm. Die moet zich niet (alleen) bedienen van dode schrijvers.

De toneeluitgeverijen Bebuquin en De Nieuwe Toneelbibliotheek bewijzen dat er een nieuw, hedendaags repertoire is, bijeengeschreven door een grote diversiteit aan toneelschrijvers die gestaag werken aan iets van een oeuvre. De Nieuwe Toneelbibliotheek heeft in tien jaar tijd meer dan 500 titels uitgegeven.

For single use only


De laatste jaren zijn een aantal bijzonder sterke nieuwe stukken geschreven in het Nederlandse taalgebied, die ook internationaal worden opgevoerd. Ten oorlog van Tom Lanoye werd in 2015 in Nederland uitgeroepen tot beste Nederlandstalige toneelstuk aller tijden. Dat was naar aanleiding van een bevraging bij professionals en het publiek over welk stuk een nieuwe enscenering verdiende.

In het Nederlands werd Ten oorlog nooit opnieuw opgevoerd, maar in Rusland stond het vorig jaar nog op de affiche. Gif van Lot Vekemans heeft inmiddels wereldwijd meer dan 70 verschillende versies op de teller staan. The nation, de instant-klassieker van Eric de Vroedt, kende het afgelopen voorjaar zijn Duitse première in Frankfurt. Van mijn trilogie Hebzucht, Angst & Hoop gaat eind deze week het sluitstuk in première bij Staatstheater Saarbrücken en staan nieuwe producties gepland in Duitsland.

En nieuwe ensceneringen in eigen land? Die zijn er niet. Maar hoe spannend zou het zijn, mocht een stuk van Willem de Wolf eens niet door de Koe, maar door een ander gezelschap worden opgevoerd? Of mocht Stef Lernous aan de slag gaan met Ten oorlog? Of als Dounia Mahammed een stuk zou schrijven voor een groter ensemble dan alleen maar zichzelf? Of mocht iemand het werk van de Nederlands-Israëlische Maya Arad Yasur opvoeren?

De vraag is dus: willen we een nieuw repertoire? En welk soort repertoire is dat dan? Welke nieuwe stemmen moeten worden geïntroduceerd? Welke thema’s? Helaas, zorg voor repertoireopbouw bestaat niet in het Vlaamse theater. Ieder stuk dat hier wordt gecreëerd, lijkt er een te zijn voor single use only.

Ook het artikel in de weekendkrant vraagt zich af hoe er meer rek kan komen op het begrip ‘repertoire’, ‘zonder de verplichting trouw teksten te reproduceren van het selecte kransje veelal oude (of dode) westerse witte mannen die nu de canon vormen’. Maar die ‘opgerekte vorm’ (bewerkingen, herinterpretaties … ) is op dit moment wel de enige vorm van repertoire die in Vlaanderen te zien is.


Van de regen op de dop

Als we in Vlaanderen vinden dat we het theater ‘gevarieerder, spannender en actueler gemaakt’ hebben, ‘met internationaal succes’, waarom vinden we het dan niet belangrijk genoeg om na te denken over wat we ervan willen bewaren, doorgeven of nieuw leven inblazen? Waarom behandelen we onze voorstellingen en toneelteksten als wegwerpproducten?

En zou het kunnen dat de reden waarom we alleen de- en reconstructies van het klassieke repertoire te zien krijgen op onze podia, niet alleen met artistieke scherpte te maken heeft, maar ook met een economische realiteit: met het gebrek aan ensembles om dat klassieke werk te spelen? Toneelklassiekers zijn nu eenmaal ensemblestukken, met heel veel rollen. Maar net zoals onze toneelstukken wegwerpproducten zijn geworden, hebben we van onze acteurs flexwerkers gemaakt die als havenarbeiders in de shop hopen op afroep aan de slag te kunnen. En wie niet wordt afgeroepen, begint met de moed der wanhoop zelf: zelf schrijven, regisseren, spelen, produceren, verkopen, zonder projectsubsidie, maar met een beetje ‘dop’.

Dat ensembles en repertoire verdwenen, had misschien ooit met artistieke dufheid te maken. Nu lijkt het vooral het gevolg te zijn van een economisch principe van verbranding. Moeten we niet, in plaats van ons op de borst te kloppen en te schermen met termen als ‘nostalgisch, oubollig en bourgeois’, nadenken over hoe we in de toekomst op een duurzame manier kunnen omgaan met het toneel en met de mensen die het maken? Over wat we willen bewaren en wat we willen doorgeven?

 

Stijn Devillé

De Standaard dinsdag 3 september 2019 - Opinies

Uitgelicht

Gesprekken op het toneel over verschillen en overeenkomsten

inkijken bestellen

Een zoektocht van twee dolende zielen naar common ground. Samen vertellen de gesprekken een overkoepelend verhaal over twee mannen die, ondanks hun verschillen, aftasten waar hun levens elkaar raken en verrijken. Of waar ze elkaar misschien met rust moeten laten. In het openhartige gesprek dat rond deze verschillen ontstaat, wordt het publiek uitgenodigd om mee te denken en zelf een positie te bepalen.