De Nieuwe Toneelbibliotheek

Boekjeslijst
login | registreren?
toon laatste nieuws
Nieuws

Uitgeverij IT&FB lanceert een nieuwe website: Theaterboekhandel

Theaterboekhandel.nl is de nieuwe online boekshop van Uitgeverij it&fb (sinds 1979) uit Amsterdam. Binnenkort zullen er ook boeken te vinden zijn van andere uitgeverijen.

Natuurlijk geeft Uitgeverij it&fb ook regelmatig nieuwe tekstboekjes, werkboeken, HKU Press en fictie uit. Reden genoeg om regelmatig een kijkje te nemen in deze winkel.

https://www.theaterboekhandel.nl/

Mooi artikel in het NRC van 12 december: ‘TONEELSTUKKEN KUN JE OOK LEZEN’

Zijn toneelteksten niet meer dan een bijproduct van theatervoorstellingen? Of kun je ze ook zelfstandig lezen? Vier critici namen de proef op de som: Ron Rijghard, Elisabeth Oosterling, Sander Janssens, Marijn LemsJe kunt wel stellen dat niemand toneelstukken leest. In ieder geval niet uit liefhebberij. Het is iets voor professionals, zoals theatercritici bij een bespreking van een voorstelling.Toneel lezen is ook niet altijd een pretje. Uit de aard van het genre bestaat de tekst uit niet meer dan wat er wordt gezegd. Handelingen, gedachten en beschrijving van de omgeving ontbreken – alles wat een romancier voorhanden heeft om kleur en diepte te scheppen. Dat ontstaat pas tijdens de voorstelling, dankzij de interpretatie van regisseur, acteurs en vormgevers. Dat moet de lezer er allemaal zelf bij verzinnen.Harry Mulisch vergeleek de toneeltekst met siroop die door de regisseur drinkbaar moest worden gemaakt (in Hoogste tijd). Niemand drinkt siroop uit de fles. Op dezelfde manier is de term ‘halffabricaat’ in zwang. Het is een kleinerende benaming, die veel toneeltekst onrecht aandoet. Terwijl je uit de siroop-metafoor ook kan concluderen dat alle smaakstoffen er al inzitten.Als lezer kun je zelf regisseur van de tekst worden. Neem je daarvoor de tijd en moeite en lees je de toneeltekst als een genre halverwege proza en poëzie, dan is het profijt navenant. Er zijn toneelteksten die lezen als een trein, als een thriller, als een feest van de taal en de zintuigen. Die gaan van filosofisch tot aangrijpend drama. En dat is meer dan een pretje.Dat willen we eens laten zien. Of in ieder geval uitproberen. Voor deze gelegenheid lazen vier theatercritici (van wie één, Sander Janssens, een ex-toneelschrijver) een toneeltekst terug van een voorstelling die ze bewonderden. Dus met een idee van de uitvoering in hun herinnering. En ze lazen een toneeltekst die nieuw voor ze was, omdat ze de voorstelling niet zagen. (RR)
TERUGLEZEN*****Nathan Vecht*****GidslandIn Gidsland (2017) schrijft Nathan Vecht over taaie onderwerpen als de Groningse gaswinning, migratievraagstukken en het omroepbestel, maar werkt dat uit in kraakheldere dialogen met tempo en humor. Neem een scène waarin politici zijn ‘uitgediscussieerd’ over asielzoekers en de ‘accenten’ verdelen die ze zullen leggen in gesprek met de pers:MONIQUE: „Ik pak garantie op versnelde terugkeer.”(tot Wiebe) „Jij iets in de lijn van streng maar humaan?”WIEBE: „Lijkt me prima.”MONIQUE: (tot Joost) „Of wil jij humaan?”(Joost reageert niet.)WIEBE: „Vind ik ook goed. Doe ik menswaardig.”Het gesprek is even komisch als schrijnend. Daar is Vecht een kei in. Het maakt dat je hoopt dat Gidsland snel weer wordt opgevoerd. (EO)
*****Rik van den Bos*****Find me a boring stoneVan achter zijn raam kijkt een man naar de stad die langzaam ontwaakt. Hij ziet de mensen uit hun huizen kruipen, de levens die weer opstarten. „Allemaal deel van een losgeslagen choreografie waar al tegen het eind van de ochtend met geen mogelijkheid een patroon in te ontdekken valt.”Met zijn plotloze karakter leest de monoloog Find me a boring stone als een prachtig, ontroerend prozagedicht. Uit kleine, alledaagse waarnemingen destilleert Rik van den Bos grote emoties. Hij voert een personage in rouw op, die vol ingehouden verbazing, en tegelijkertijd met een ontwapenend mededogen, kijkt naar de banaliteit van het dagelijks bestaan.In een opsomming van treffende, compacte observaties schetst hij een beeld van iemand wiens leven tot stilstand is gekomen en die het (nog) niet voor elkaar krijgt er weer aan deel te nemen. Iemand die diepe verbondenheid voelt met de wereld om zich heen, maar er tegelijkertijd totaal van losgezongen is. (SJ)
*****Rebekka de Wit & Willem de Wolf*****ForsterHuberHeyneHet is interessant om vast te kunnen stellen dat ForsterHuberHeyne (2017) nog niets aan relevantie heeft ingeboet, al voelde de voorstelling bij verschijning hyperactueel. Via het verhaal van de driehoeksverhouding tussen Therese Heyne, Georg Forster en Ludwig Huber, die leefden ten tijde van de Franse Revolutie, onderzoeken auteurs Willem de Wolf en Rebekka de Wit de relatie tussen idealisme en privilege, tussen kwetsbaarheid en weerbaarheid en tussen het persoonlijke en het politieke.Als schrijvers hebben De Wit en De Wolf een zeldzame chemie. Ze vinden elkaar in de zoekende en tastende schrijfstijl maar botsen ook op prikkelende wijze: waar De Wolf (met name via de woorden van Huber) schoonheid en houvast zoekt in het falen en de mislukking, zet De Wit (via Heyne) daar de hoop van verandering tegenover, die de mens in staat stelt om steeds opnieuw te beginnen. Het leidt tot een theatertekst die het steeds herlezen meer dan waard is. (ML)
*****Laura van Dolron*****LiefhebbenLiefhebben (2014) is een geniale monoloog, waarin Van Dolron op de haar eigen, ontspannen, intieme toon, alsof je met haar in het café zit, de vele varianten en uitingsvormen aanduidt die liefde kan aannemen – dit is de Love Actually onder de toneelteksten. Daarvoor zet ze overpeinzingen, citaten, anekdotes en historische gebeurtenissen in, zeer precies genoteerd.Mijn favoriete scène is die waarin ze vertelt dat haar opa en oma nog flirten na zestig jaar huwelijk. Opa heeft kanker, oma dementeert, waardoor de mascara scheef zit. Oma negeert koket een compliment van haar man, waarna Van Dolron schrijft: „Hard to get spelen, tot het einde, zelfs als je make-up niet meer helemaal lukt. Dat is liefde.” Het is grappig en ontroerend. En doordat ze eerst vertelt over de ziekte van haar opa krijgt het tussenzinnetje „tot het einde” extra lading.Liefhebben is ook het verhaal van haar miskraam. Een ook dat verhaal zit ramvol troost, wijsheid, geestige terzijdes en tegendraadse bespiegelingen. De vraag is hoe deze tekst, volgens de NRC-recensent in 2014, „maar matig interessant theater” opleverde. (RR)
*****Espen Hjort*****Zwarte lenteWie Zwarte lente (2020) leest, begint de woorden als vanzelf voor zich uit te mompelen. Dat komt door de korte zinnetjes zonder hoofdletters of interpunctie, die de Noorse theatermaker – die ook in Nederland werkzaam is – opschreef.Mompelend raak je bevangen door de cadans van de klanken, van herhalingen en beelden. Je ontwart het verhaal van een ‘hij’, die verward dwaalt door een wereld, ontdaan van menselijke interventie. Natuur en destructie zijn centrale thema’s.‘Hij’ is overstuur, net verlaten door ‘zij’. Wat er precies is gebeurd, vertellen beiden in snippers verklaringen. Steeds worden de personages naar een bepaald moment teruggezogen.Ondanks een nachtmerrieachtige sfeer doen passages je grijnzen. Als ‘hij’ honger heeft en geen winkel kan vinden, overweegt hij iets te gaan verbouwen: „klein akkertje / beetje graan / beetje suiker / chocola / koffie / kan ik een snickers maken misschien.”Zo slingert Zwarte lente langs poëtische beelden in een wereld waar emoties natuurkrachten (b)lijken. (EO)
*****Mirjam Koen*****Leven zonder SartreLeven zonder Sartre (2020) is een bitter gesprek tussen Simone de Beauvoir en Benny Lévy na de dood van Jean-Paul Sartre in 1980, waarin ze verbaal op de vuist gaan over zijn nalatenschap. In de laatste jaren van zijn leven ontwikkelde de filosoof in gesprekken met Lévy een fascinatie voor het judaïsme, tot afgrijzen van zijn levenspartner De Beauvoir.Koen onderzoekt in haar tekst op bijzonder gelaagde wijze wie er een claim kan leggen op de vaststelling wie een andere persoon écht was – zowel De Beauvoir als Lévy beschuldigt de ander van manipulatie, en allebei zeggen ze dat Sartre zich bij hen het meest vrij voelde in zijn gedachten.Sowieso zet de tekst het denken over vrijheid centraal, in een spannende wisselwerking tussen de relatie tussen Sartre en De Beauvoir, haar eigen positie in een door mannen gedomineerde wereld en de ontwikkeling die het denken van Sartre aan het einde van zijn leven doormaakte. (ML)
*****Magne van den Berg*****LiefdesverklaringDe Liefdesverklaring (2014) van Magne van den Berg is gericht aan het publiek en een gekantelde versie van de klassieker Publikumsbeschimpfung (1966) van Peter Handke. Het publiek wordt welkom geheten, verheerlijkt en bezongen. Deels direct tot bezoekers gericht, zoals cabaretiers doen. Dat is theaterpubliek niet gewend. Het is gewend te schuilen achter het idee dat er op het toneel een andere wereld wordt gecreëerd. De doorbreking van die code leidt tot een ongemakkelijke situatie.Bij het lezen ontbreekt die spanning volledig. En dan blijkt dat het almaar voortborduren op dat ene idee de spanningsboog geen goed doet. De tekst is nog geen 30 bladzijdes, maar doet toch vrij eentonig aan. De beschrijving van de relatie blijft aan de oppervlakte, zonder dat de toeschouwer wordt uitgedaagd. (RR)
*****Eva Jansen Manenschijn*****DubbelgangersIn Dubbelgangers (2019) ontleedt Eva Jansen Manenschijn de façade van maakbaar geluk. Centraal staan twee personages, beiden op de vlucht voor hun verleden. Ze hebben elkaar misschien op het goede moment ontmoet, maar goede momenten gaan onherroepelijk voorbij. Wat blijft er dan over?Gaandeweg blijkt de vrouw vrijwel volledig te zijn gemodelleerd naar de wensen van de man. In korte scènes, die zich afspelen tijdens een nachtelijk feest (ook al zo’n constructie van geluk), neemt hun onderlinge verwijdering een onverwachte vlucht.Maar de kracht van Dubbelgangers is dat deze tekst uiteindelijk niet zozeer gaat over de volharding van de man om zijn geluk vorm te geven, maar over de weigering van de vrouw zich daarin te schikken.Vastbesloten, maar met liefdevol geduld, ontdoet zij zich van de rol die hij haar toebedeelde en herpakt haar autonomie. Jansen Manenschijn verknoopt het poëtische met het absurde, in een gedurfd meerduidig kleinood waarbij romantiek en maatschappijkritiek voortdurend hand in hand gaan. (SJ)_______________________________DE BOEKENDE VOORSTELLINGENZeven van de besproken teksten zijn uitgegeven door en verkrijgbaar bij De Nieuwe Toneelbibliotheek.Liefhebben van Laura van Dolron verscheen bij ISVW Uitgevers.* Gidsland van Nathan Vecht ging op 11 oktober 2018 in première bij Mugmetdegoudentand.* Find me a boring stone ging op 1 april 2017 in première bij Theater Rotterdam in regie van Erik Whien.* ForsterHuberHeyne van Rebekka de Wit en Willem de Wolf ging in oktober 2017 première bij Cie de Koe, de Nwe Tijd en Staatstheater Mainz.* Liefhebben van Laura van Dolron ging op 2 oktober 2014 in première, gespeeld door Laura van Dolron.* Zwarte lente van Espen Hjort ging op 2 oktober 2020 in première bij Theater Utrecht, in regie van Espen Hjort.

Joachim Robbrecht in etcetera over de kracht van repertoire

Hoe repertoire en vernieuwingsdrang samen theatergeschiedenis kunnen schrijven  

In een interview met de Italiaanse krant La Repubblica pleit Milo Rau voor het ‘stoppen met de karaoke van klassiekers zoals Shakespeare, Tsjechov, Camus’. De NTGent-directeur spreekt waarschijnlijk niet zozeer vanuit zijn ervaring met het Vlaamse theater, maar eerder vanuit zijn kennis van het Duitse veld. Van een karaoke van klassiekers is in Vlaanderen immers nauwelijks sprake. Joachim Robbrecht, die pleit voor een opheffing van de (ideologische) tegenstelling tussen oud en nieuw, ziet meer heil in een kritische verzoening van repertoire en vernieuwingsdrang.

 

Een motie uit 2009 in het Vlaams Parlement waarin opgeroepen werd tot meer aandacht voor repertoire, zorgde even voor opschudding maar sorteerde verder weinig effect. De laatste jaren is wel een hernieuwde aandacht voor tekstrepertoire waarneembaar, bijvoorbeeld bij de jongere generatie makers – zie Camping Sunset of Tibaldus. Ook in het amateurcircuit worden klassiekers nog iets meer gekoesterd. Maar voorts legt men zich in Vlaanderen vooral toe op de ontwikkeling van nieuw werk – wat niet per se gelijkstaat aan ‘vernieuwend’. Dat heeft natuurlijk voor een deel te maken met de postdramatische wortels van het Vlaamse theater, en misschien met een gebrek aan een uitgebreid repertoire van ‘eigen’ theaterliteratuur.

Toch mis ik in het werk dat hier geproduceerd wordt soms de dialoog met de geesten uit het verleden, en een discours over hoe we onszelf tot dat verleden verhouden en wat we eruit opdiepen om te herhalen. Ik geloof dat het Vlaamse werk aan kracht kan winnen als we ons daar juist vaker mee zouden bezighouden. Natuurlijk kan dat veel verder gaan dan het louter opvoeren van klassieke teksten. Bovendien hoeft de interesse absoluut niet op te houden bij de grenzen van de tekst, noch bij de grenzen van Europa.

Mobiliseren van theatergeschiedenissen

Wat kunnen we, naast teksten, nog uit dat verleden opdiepen? Welke motieven, thema’s, speltechnieken, opvoeringspraktijken en esthetische principes zijn de moeite van de herhaling waard, en waarom? Die vragen worden in de praktijk al gedeeltelijk gesteld. Kijk maar naar INFINI 1-15, waarvoor Jozef Wouters het werk van de 18de-eeuwse scenograaf Giovanni Servandoni als uitgangspunt nam. Een ander noemenswaardig voorbeeld is De Warme Winkel speelt De Warme Winkel, waarin de groep Café Müller van Pina Bausch plagieert.

Als we onze definitie van repertoiretheater een beetje verbreden, zouden we deze voorstellingen daaronder kunnen catalogiseren. Belangrijker is dat ze vragen oproepen die interessanter zijn en breder gaan dan wel of geen repertoireteksten, en meer of minder klassiekers: de voorstelling van Wouters onderzoekt de hedendaagse kracht van een grotendeels in de vergetelheid geraakt scenografisch middel: het infini. De Warme Winkel speelt met de vraag of herhaling origineel kan zijn.

“Mijn indruk is dat vernieuwing juist veel interesse wekt op plekken waar ook voortdurend repertoirestukken worden opgevoerd: in Berlijn, Wenen en Praag bijvoorbeeld.”

Onder een cultuurminister die zijn oog heeft laten vallen op (immaterieel) erfgoed, kan het de moeite waard zijn om een wat intensievere artistieke zoektocht aan te vatten naar onze omgang met de theatergeschiedenis. Misschien zou een van de grotere stadstheaters of kunstencentra zich er zelfs volledig op kunnen profileren.

Een hele reeks kritische en inspirerende voorstellen zou geformuleerd kunnen worden rond vragen als: kan culturele herhaling meer zijn dan een bevestiging van of terugkeer naar esthetische en sociale normen, en hoe? Kan niet juist ook het verdrongene of ongekende opgediept worden uit dat verleden? Wiens cultuur wordt hier herhaald, voor wie en met welk doel? Hoe organiseer je de balans tussen vernieuwing en herhaling? Wat zijn eigenlijk de voorwaarden om de geschiedenis van het theater voort te schrijven? Heb je daar een ensembletheater voor nodig? Meer dramaturgen? Meer publicaties waarin het gedachtegoed van makers en groepen wordt opgeslagen? En verder, wat is het verschil tussen een karaoke-achtige herhaling en een kritische positionering ten opzichte van de theatergeschiedenis? Hoe herhaling en kritiek verzoenen?

Histoire(s) du théâtre II – Faustin Linyekula © Agathe Poupeney

De voorstellingenreeks Histoire(s) du Théâtre, in het leven geroepen door Milo Rau, opent vooral in het tweede deel een perspectief op hoe die geschiedenis op een andere manier gemobiliseerd kan worden. Daarin geeft de Congolese regisseur en choreograaf Faustin Linyekula ruimte aan drie acteurs en dansers van het Congolese Nationaal Ballet om zowel hun persoonlijke drijfveren als de politieke projecties op het ballet te memoreren en analyseren. Centraal in de voorstelling staat de eerste voorstelling van het Ballet, waarvan videofragmenten te zien zijn. Aandacht voor het verleden toont ook Jaha Koo in The History of Korean Western Theatre, waarin hij de koloniserende cultuurpolitiek aan de kaak stelt die het Koreaanse theater verwesterde, ten koste van zijn traditie.

Rau suggereert in La Repubblica2 dat men met de karaoke van klassiekers zou moeten stoppen om plaats te maken voor ‘nieuwe globale klassiekers’. Anders dan Rau zie ik niet noodzakelijk een conflict tussen karaoke van het oude enerzijds, en ruimte en interesse voor het nieuwe anderzijds. Integendeel, mijn indruk is dat theatervernieuwing vaak juist veel interesse wekt op plekken waar tegelijkertijd voortdurend bekende en obscure repertoirestukken worden opgevoerd: in Berlijn, Wenen en Praag bijvoorbeeld.

“De voorwaarde voor een nieuw stuk om ‘een klassieker’ te kunnen worden, is dat er een kritische cultuur van herhaling bestaat.”

Een systematische repertoirepraktijk, al dan niet in klassieke bonbonnière, gaat vaak hand in hand met een kritische verhouding tot de theatergeschiedenis en vernieuwing. Ook in Tokio kunnen Noh en Kabuki bestaan naast hedendaagse theatervormen die zich in meerdere of mindere mate laten voeden door die zeer traditionele vormen. Plekken waar over theatergeschiedenis gesproken wordt zijn ook humus en context waarin nieuw werk kan wortelen. Het publiek wil zowel voorstellingen zien die gisteren geschiedenis schreven, als voorstellingen die vandaag geschiedenis maken.

Intensiever inzetten op herhaling

In zijn interview met La Repubblica signaleert Rau ook dat ‘er nood is aan een echte, esthetische en economische solidariteit met het Globale Zuiden’ en dat de instituten en podia ruimte moeten creëren voor nieuwe globale klassiekers. Ik ben het met hem eens dat die nood er is. De voorwaarde voor een nieuw stuk om ‘een klassieker’ te kunnen worden, is dat er een kritische cultuur van herhaling bestaat en dat we niet alleen kiezen voor ‘nieuw’. Zijn daar dan niet meer inzetbare middelen en aandacht voor nodig, vraag ik me af.

Bovendien gebeurt het heruitvinden en herdenken van theaterstructuren vaak ook vanuit een studie van historische voorbeelden en bekende praktijken. Is bijvoorbeeld Une tempête (1969) van de Frans-Martinikaanse theaterauteur Aimé Césaire, een adaptatie van Shakespeares The Tempest (1610-11) vanuit postkoloniaal perspectief, geen globale klassieker te noemen terwijl het ook een herhaling van Shakespeare is? Met andere woorden: ook de nieuwe wereldklassiekers hebben wortels in de theatergeschiedenis.

The History of Korean Western Theatre, Jaha Koo © Leontien Allemeersch

Hoe zouden we intensiever kunnen inzetten op herhaling? Een eerste voorbeeld, dat al bestaat, is natuurlijk De Nieuwe Toneelbibliotheek, die bijvoorbeeld intensief gebruikt wordt door Leesclub, een almaar uitdijende Facebookgroep van enthousiastelingen die via Zoom samen theaterrepertoire lezen. En waarom zouden we elk seizoen niet een aantal voorstellingen die waardevol geacht worden langer op het podium laten staan? Veel voorstellingen bereiken niet hun potentiële publiek omdat ze te vroeg worden afgevoerd. Het Duitse repertoiresysteem maakt dat wel mogelijk: ik zag bijvoorbeeld de laatste opvoering van Murx den Europäer! Murx ihn!, de legendarische voorstelling van Christoph Marthaler, ongeveer twaalf jaar na de première. Ook het weer opnemen van ouder werk zou ondersteund kunnen worden, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde voor Einstein on the Beach van Robert Wilson en veel van het oeuvre van Rosas.

“Herhaling en variatie zijn krachten die de geschiedenis van het theater drijven.”

Een ander voorstel zou kunnen zijn om podiumkunstenaars naast de korte periode van de kunstopleidingen, die natuurlijk het belangrijkste intergenerationele doorgeefluik vormen, in de vorm van workshops en studiedagen maar ook residenties en dergelijke, meer gelegenheid te bieden om zich te blijven verdiepen in en te verhouden tot de theatergeschiedenissen van het acteren, schrijven, ontwerpen.

Wat een dergelijke mentaliteitswissel zou kunnen opleveren, is dat het theater zich gedeeltelijk kan lostrekken van de imperatief van het modieuze en het actuele. Misschien ben je dan als theatermaker minder gedoemd een kind van je tijd te blijven. En misschien creëren we zo een veld dat nog gevarieerder is in esthetieken en een groter langetermijngeheugen heeft.

Levend erfgoed

Laat ik duidelijk zijn: ik verlang ook naar het nieuwe. En toch vind ik dat we onze verhouding tot de geschiedenis, het archief, het overgeleverde meer aandacht moeten geven en complex moeten durven te maken, in plaats van steeds opnieuw alleen het nieuwe te preken. De hang naar een voortdurende tabula rasa en de actualiteitsdwang zijn immers ook symptomatisch voor een sector die neoliberale en westerse waarden als productiviteit, originaliteit en onuitputtelijke creativiteit heeft omarmd.

Het theater kan alleen zijn eigen geschiedenis schrijven als het van lijf tot lijf doorgegeven en herhaald wordt. De drager van het theater is zijn gemeenschap van acteurs, schrijvers, makers, technici én publiek. Wie eens met een dinosaurus in het vak aan tafel zit, kan versteld staan van het enorme archief aan jargon, teksten, technieken en natuurlijk anekdotes dat in het gesprek verweven zit. In Japan krijgen acteurs van het Noh-theater soms de status van ‘levend erfgoed’. Herhaling en variatie zijn krachten die de geschiedenis van het theater drijven. Juist in die herhaling en variatie ontstaat de humus van het theater, waaruit artistieke verdieping, virtuositeit, conventies en codes ontstaan… en esthetische conflicten.

 

voetnoten:

1https://www.ntgent.be/nl/nieuws/milo-rau-als-we-hier-geen-lessen-uit-trekken-zijn-we-genaaid2https://www.ntgent.be/nl/nieuws/milo-rau-als-we-hier-geen-lessen-uit-trekken-zijn-we-genaaid

 

https://e-tcetera.be/voorbij-oud-tegen-nieuw/?fbclid=IwAR1T3Td9ZEA_uj7Ks3DvqGB2LLTzDsn_KhL-USeBnHKqZTXkX9L3_PI9KKU

DNTB is vandaag 11 jaar geworden!

DNTB is vandaag 11 jaar geworden!
Naast alle schrijvers, vertalers en gezelschappen veel dank aan: Connie Nijman, Alexandra Koch, Sandra Tromp Meesters, Marian Boyer, Margreet Huizing, Jeannette Smit, Marijke Hoogenboom, Mara Aronson, Anne de Loos, Ricky Schouten, Vera Hoogstad, Joanne Mensert, Franka Bauwens, Sonja Pauw, Marije Rispens, Daphne de Winkel, Marloes van der Hoek, Yorick Stam en Karolien Derwael!
(wil je het overzichtaffiche thuis ontvangen? stuur een mail naar info@denieuwetoneelbibliotheek.nl met je postadres)

Nieuw overzichtsaffiche van de collectie - het resultaat van 11 jaar uitgeven

Mocht u het affiche graag thuis ontvangen? stuur een mail naar info@denieuwetoneelbibliotheek.nl met daarin uw postadres

Uitgelicht

Tien nieuwe Vlaamse

In het jaar 2020 kunnen met steun van Literair Grensverkeer Nederland- Vlaanderen, Klein Verzet, De Nwe Tijd en De Leesclub 10 bijzondere teksten van jonge, en soms niet meer zo jonge, Vlaamse schrijvers onder de aandacht gebracht worden binnen de collectie van De Nieuwe Toneelbibliotheek. Voor deze actie zijn speciaal in limited edition boekomslagen gemaakt door DNTB-vormgever Connie Nijman.

 

 

585 Dounia Mahammed, Roos Nieboer
Panic & other attacks

584 Camping Sunset
Happiness

580 Barbara Claes
Honey I'm real I exist

572 Eva Binon, Simon D’Huyvetter
Twee

568 Het Star Boy Collectief, Ahilan Ratnamohan
Look on the Bright Side / Star Boy Productions / Michael Essien I want to play as you…

562 Anna Carlier
Hertenleer

559 Laura Vroom
Langzaam gleed een berg het dal in

557 Mira Bryssinck
Glory Box

551 Ellis Meeusen
Faren

537 Luanda Casella
Short of Lying